Artikel

Eerste hulp bij vragen over sociale media & privacy

Auteur(s): 
Dorien Baelden - VUB - SMIT

Berichten over sociale media zijn niet meer weg te slaan uit het nieuws. Vaak gaan deze berichten over mogelijke gevaren die sociale media met zich meebrengen. Denk bijvoorbeeld aan de weerman van de RTL, die in april vorig jaar door de directie aan de deur werd gezet na een racistische uitlating op Facebook. Of aan het achttienjarige Vietnamese meisje dat zelfdoding pleegde nadat een pijnlijke fotomontage verspreid werd via sociale media. Dergelijke berichten tonen aan privacy in het sociale medialandschap geen vanzelfsprekend gegeven is. Hoewel sociale media vele voordelen bieden, leidt het verspreiden van persoonlijke informatie via het internet ertoe dat we bewust of onbewust veel informatie over onszelf vrijgeven.

Waarom delen we persoonlijke informatie?

Onderzoek toont aan dat gebruikers niet helemaal onbewust zijn van het feit dat het gebruik van sociale media negatieve gevolgen kan hebben voor (online) privacy. Dat gebruikers zich bewust zijn van de mogelijke negatieve gevolgen voor hun privacy en tegelijkertijd persoonlijke informatie blijven delen via sociale media lijkt tegenstrijdig, maar kan op verschillende manieren verklaard worden. Ten eerste  worstelen vele gebruikers van sociale media met een zogenaamd privacy dilemma. Langs de ene kant behoort het aangaan en onderhouden van sociale relaties tot een van de belangrijkste motivaties om sociale media te gebruiken. Langs de andere kant werkt een groot deel van de sociale mediaplatformen volgens het principe van zelfpresentatie en onthulling, of volgens het principe dat gebruikers van blogs, sociale netwerksites en virtuele sociale werelden zichzelf presenteren om een bepaalde identiteit, imago of reputatie over te brengen. Zelfonthulling is met andere woorden noodzakelijk om sociale relaties te onderhouden. De wederkerige relatie tussen de voordelen van sociale media en de principes van zelfonthulling stelt gebruikers voor een privacy dilemma, waarin ze zich wel bewust zijn van de mogelijke nadelen van het delen van informatie, maar zich tegelijkertijd genoodzaakt zien dit te doen.

Ten tweede heeft onderzoek aangetoond dat gebruikers de mogelijke voordelen belangrijker vinden dan de mogelijke nadelen die verbonden zijn aan het gebruik van sociale media. Bovendien zijn er studies die aantonen dat gebruikers vaak vanuit het zogenaamde derde persoonseffect handelen. Dit wil zeggen dat veel gebruikers vermoeden dat mediagebruik een groter effect heeft op anderen dan op henzelf. Daardoor zullen gebruikers neigen om privacy gerelateerde risico’s eerder toe te kennen aan het gebruik van anderen dan aan het eigen gebruik.

EMSOC onderzoek (o.a. van Rob Heyman) heeft verder aangetoond dat ook de technische architectuur een verklaring kan bieden voor de veelheid van informatie die gebruikers delen. Sociale media zoals facebook zijn ontwikkeld op een manier die gebruikers onbewust aanzet tot het delen van veel informatie. De prominent aanwezige ‘like’ knop en de goed weggestopte privacy instellingen zijn hier voorbeelden van. Ander onderzoek toont dan weer aan dat de bestaande privacy bevorderende maatregelen van sociale media (bijvoorbeeld de vriendengroepen op facebook) onvoldoende tegemoet komen aan de genuanceerde visies die gebruikers hanteren over privacy. 

Tot slot toonde onderzoek aan dat gebruikers over het algemeen over onvoldoende kennis en vaardigheden beschikken om hun privacy te beschermen. Privacy verklaringen zijn vaak moeilijk te begrijpen en vele gebruikers blijken het managen van privacy instellingen een (te) complexe aangelegenheid te vinden.

Wat nu?

Er zijn dus verschillende redenen waarom we bewust of onbewust veel persoonlijke informatie verspreiden via sociale media. Momenteel wordt er hard gezocht naar en gewerkt aan oplossingen die de negatieve impact van sociale media op onze online privacy moeten verminderen. Zo wordt er gedebatteerd over de privacy wetgeving en de manieren waarop deze beter afgestemd kan worden op sociale media. Ook worden sociale mediabedrijven aangespoord om aan zelfregulatie te doen door bijvoorbeeld de technische architectuur beter af te stemmen op de privacy noden van gebruikers. Via tv-spotjes en andere campagnes worden gebruikers bewust gemaakt van de mogelijke gevaren van sociale media. Formele en informele (onderwijs)instellingen denken dan weer na over manieren om de sociale mediawijsheid van de gebruiker te verhogen. Deze oplossingen ontwikkelen zich echter niet over een nacht ijs. Momenteel zijn er nog heel wat obstakels, zoals bijvoorbeeld het gebrek aan voldoende mediawijze leerkrachten in het onderwijs.

Om in tussentijd toch al antwoorden te kunnen bieden op de vragen van sociale mediagebruikers, werd in het kader van het EMSOC onderzoek een roadmap voor sociale mediawijsheid ontwikkeld. Deze roadmap wil gebruikers wegwijs maken in het kluwen van organisaties waar men terecht kan met vragen en klachten. Deze vragen kunnen gaan over gepersonaliseerde reclame, rechten en plichten van gebruikers, of manieren waarop een sociale media account kan afgesloten worden. De klachten kunnen gaan over onder meer over cyberpesten, spam en onethische reclame.

U kan deze roadmap hier downloaden. De map werd ook gepubliceerd in het boek "Facebook ziet alles. Sociale netwerken ontrafeld", uitgegeven door Davidsfonds Uitgeverij. Deze map is (binnenkort) ook beschikbaar op posterformaat om te verspreiden in scholen, verenigingen, bibliotheken, enzovoorts. U kan hiervoor een aanvraag sturen naar Dorien.Baelden@vub.ac.be

Bijlagen

Lees meer over