Artikel

Partneroproep ‘No Hate AlterNarratief - Brug naar Welzijn’

In januari 2017 gingen Mediawijs, Tumult vzw, Mediaraven vzw en ORBIT vzw van start met het project No Hate AlterNarratief. Dit project bestaat uit de omkadering, opleiding en activering van jongeren in Vlaanderen en Brussel om online racistische en geweldadig extremistische haatspraak aan te pakken.

Het doel van deze aanpak is

  • bewuste en onbewuste uitingen van haat online verminderen,
  • cliché en foutieve beelden en informatie ontkrachten,
  • meer respectvolle online communicatie realiseren,
  • het vertrouwen helpen herstellen tussen “afhakende” jongeren en de maatschappij.

Voor het deelproject “No Hate AlterNarratief - Brug naar Welzijn” zijn we op zoek naar een partner die aan de bewustmaking en de kennisverhoging van eerstelijns- of welzijnswerkers werkt.

In dit document stellen we de inhoud, aanpak en oproep voor het project ‘No Hate AlterNarratief’ in 2016 voor. Het volledige document kan je ook downloaden. Indien je nog vragen hebt, aarzel dan niet om contact op te nemen via mail (bert.pieters@mediawijs.be).

Omschrijving en doel

Het project No Hate AlterNarratief bestaat uit de omkadering, opleiding en activering van jongeren in Vlaanderen en Brussel om online racistische en geweldadig extremistische haatspraak aan te pakken.

Het doel van deze aanpak is

  • bewuste en onbewuste uitingen van haat online verminderen,
  • cliché en foutieve beelden en informatie ontkrachten,
  • meer respectvolle online communicatie realiseren,
  • het vertrouwen helpen herstellen tussen “afhakende” jongeren en de maatschappij.

Voor het deelproject “No Hate AlterNarratief - Brug naar Welzijn” zijn we op zoek naar een partner die aan de bewustmaking en de kennisverhoging van eerstelijns- of welzijnswerkers werkt.

Situering

In november 2016 deed Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid, een oproep naar partners voor het project ‘No Hate AlterNarratief’. Dit project wil jongeren in Vlaanderen en Brussel activeren om online racistische en gewelddadig extremistische haatspraak aan te pakken.

Volgend op de oproep werd een consortium gevormd, bestaande uit Mediawijs, Tumult vzw, Mediaraven vzw en ORBIT vzw. In januari 2017 gingen zij van start met het project, waarbij ze volgende doelstellingen realiseren:

  • werkvormen om online haatspraak peer-to-peer en zoveel mogelijk herstelgericht aan te pakken met jongeren worden uitgetest en de effectieve werkvormen worden verspreid;
  • via een (online) tool worden jongeren geactiveerd en omkaderd om online haatspraak aan te pakken door hen weerbaar te maken tegen online haatboodschappen, door hen er kritisch te leren mee omgaan, alternatieve narratieven met hen te ontwerpen en hun probleemoplossend vermogen te verhogen;
  • concrete handvatten worden aangereikt om als jongere, hulpverlener, … te reageren op online haatspraak;
  • vorming wordt georganiseerd voor de begeleiders en vertrouwenspersonen van jongeren over wat haatspraak is, hoe die te herkennen, welke alternatieven er zijn en hoe ze er sociaal, relationeel en communicatief mee om kunnen gaan.

In samenwerking met Vlaams minister van Welzijn, Jo Vandeurzen willen we expliciet de brug maken naar het brede welzijnsveld. Op die manier werken we aan kennisbevordering van en vorming voor eerstelijns- en welzijnswerkers.

Concrete realisaties

Het deelproject “No Hate AlterNarratief - Brug naar Welzijn” werkt verder op de ervaringen en realisaties van het project “No Hate Alternarratief”.  

In het deelproject worden minstens volgende onderdelen concreet gerealiseerd:

  • er wordt specifiek gewerkt aan de bewustmaking en de kennisverhoging van eerstelijns- of welzijnswerkers (o.a. door uitwisseling van methodieken en gerichte vorming) met focus op herstelgericht reageren op online haatspraak en desinformatie;
  • er is aandacht voor vindplaatsgericht werken naar jongeren toe en vroegtijdige toeleiding van jongeren naar hulpverlening;
  • concrete handvatten worden aangereikt om als jongere, hulpverlener, … te reageren op online haatspraak;
  • gerichte en lokale partnerships met het brede welzijnsveld worden opgezet en uitgebouwd;
  • de ervaringen uit dit deelproject worden gedeeld binnen het No Hate Speech Platform Vlaanderen en de No Hate Speech Movement van de Raad van Europa.

Kader

1. Haatspraak

Haatspraak definiëren is niet zo makkelijk.  In elk voorbeeld kun je verschillende graden onderscheiden van

  • de inhoud en de manier of de toon waarop die uitgedrukt wordt, van licht beledigend en veralgemenend tot extreme oproepen om te handelen,
  • de bedoeling van wie zich uitdrukt,
  • de (mogelijke) slachtoffers,
  • de context,
  • de (mogelijke) impact.

No Hate hanteert de definitie van het Comité van Ministers van de Raad van Europa uit hun  Aanbeveling nr. (97) 20:

“... de term “haatspraak” moet begrepen worden als alle vormen van expressie die rassenhaat, xenofobie, antisemitisme of andere vormen van haat die op onverdraagzaamheid gestoeld is, verspreiden, stimuleren of rechtvaardigen.” (eigen vertaling)  

In principe kan de definitie alle (mogelijke) slachtoffers dekken.  Naast de duidelijke nadruk van de Raad van Europa op “… onverdraagzaamheid uitgedrukt door agressief nationalisme en etnocentrisme, discriminatie en vijandigheid ten opzichte van minderheden, migranten en mensen met een migratie achtergrond …”, nemen we ook onverdraagzaamheid op basis van gender, seksuele voorkeur of religie op als belangrijke draden van intolerantie.

Haatspraak aanpakken is meer dan semantiek.  Haatspraak is vaak de uitdrukking van echte onverdraagzaamheid en haat en een middel om ideeën en gevoelens te verspreiden die kunnen leiden tot effectieve discriminatie, criminele acties en zware lichamelijke schade.  Er wordt een vicieuze cirkel van discriminatie en polarisering mee gestart die leidt tot directe confrontatie tussen mensen en groepen.  Haatspraak aanpakken is daarom niet enkel een woordenstrijd, maar ook een strijd tegen haat zelf.

We hebben het zowel over offline, als online haatspraak.  Online haatspraak heeft een aantal specifieke kenmerken zoals

  • de vormen van uitdrukking: het internet laat heel wat soorten media en boodschappen toe, waaronder beelden en video, die vaak nog meer kunnen beïnvloeden dan woorden,
  • de schaal van het internet: in theorie heeft een boodschap op internet een oneindige mogelijkheid van bereik en herhaling, waardoor de potentiële impact erg groot is,
  • de anonimiteit en het gebrek aan controle: het is niet alleen heel moeilijk om het internet te monitoren, het wordt ook zelden gedaan.  Samen met de mogelijkheid om boodschappen op het eerste zicht anoniem te verspreiden, leidt dit tot veronderstelde of effectieve straffeloosheid,
  • het eigenaarschap van bepaalde platformen: veel websites en platformen worden door private spelers opgezet, vooral door internationale bedrijven die vaak niet onderworpen zijn aan Europese of nationale wetgeving.

Op die manier ondersteunt online haatspraak offline processen van discriminatie en pesten die effectief reeds geleid hebben tot fysieke aanvallen en zelfmoord en die op een veel grotere schaal daar nog toe kunnen leiden.

2. Haatspraak en mensenrechten

Haatspraak schendt de mensenrechten. Zij wordt aangedreven door negatieve stereotypen, die ingaan tegen het fundamentele mensenrechtenprincipe van non-discriminatie.  Hoe hoger de graad van haatspraak, hoe meer haatspraak zelf een vorm van discriminatie wordt.  Zij vervreemdt, verdrukt en ondermijnt de persoonlijke waardigheid, vaak van hen die al maatschappelijk kwetsbaar zijn.  Zonder tegenstand verspreidt en veralgemeent zij de negatieve stereotypes waarmee zij zichzelf voedt en veroorzaakt zij meer discriminatie die kan leiden tot zware mentale en fysieke schade.

Eén belangrijk aspect van haatspraak aanpakken is het evenwicht tussen de vrijheid van meningsuiting toestaan, en tegelijkertijd de andere rechten beschermen die aangetast worden door de meer gewelddadige vormen daarvan.

  • Artikel 20 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) van de Verenigde Naties zegt: “elke voorspraak voor nationale, raciale of religieuze haat die aanzet tot discriminatie, vijandigheid of geweld zal wettelijk verboden worden”.
  • Artikel 4 van het Internationale Verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van Rassendiscriminatie (IVUR) van de Verenigde Naties verklaart alle propaganda die rassendiscriminatie stimuleert of ertoe aanzet, onwettig.
  • Artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt de vrijheid van meningsuiting, maar laat toe om die onder andere te beperken “om de reputatie of rechten van anderen te beschermen.”  Dit artikel maakt het mogelijk voor lidstaten om bepaalde vormen van haatspraak te verbieden in hun land.
  • Artikel 14 van het EVRM verzekert alle andere rechten uit het Verdrag voor iedereen ongeacht enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status.
  • Artikel 17 van het EVRM verbiedt elke actie “gericht op de vernietiging van elk van de rechten en vrijheden [opgenomen in het Verdrag]”.

3. Online haatspraak en extremistisch geweld

Beleidsmakers maken zich zorgen over de relatie tussen het internet en sociale netwerken enerzijds, en extremistisch geweld anderzijds.  Enkele recente onderzoeksprojecten naar dit aspect bij een aantal plegers van extremistisch geweld schenen hier een licht op.

Onderzoek van RAND Corporation wees uit dat

  • wegens het bereik en de beschikbaarheid, het internet bijdraagt tot processen die mensen leiden tot het bijdragen aan extremistisch geweld door het voorzien van informatie, communicatiemogelijkheden en propaganda en door het als echo-kamer bevestigen van bestaande overtuigingen,
  • het internet dergelijke processen anderzijds niet versnelt en ook de kansen op ‘zelfradicalisering’ niet verhoogt,
  • face to face contact met extremisten de sleutel blijft in dergelijke processen, waarbij het internet deze persoonlijke communicatie aanvult.

Het RADIMED onderzoek toonde aan dat

  • blootstelling aan extremistische inhouden via sociale media enkel bijdraagt aan processen die mensen leiden tot het bijdragen aan extremistisch geweld wanneer de persoon in kwestie al actief op zoek gaat naar extremistische informatie en contacten,
  • passieve blootstelling aan extremistische inhoud niet lijkt bij te dragen aan dergelijke processen, noch is het waarschijnlijk dat iemand dit proces enkel via sociale media zou afleggen,
  • de sleutel bij het overgaan tot gewelddadig extremisme persoonlijke ontmoeting met extremistische peers is en in tweede instantie de neiging van de persoon zelf om tot geweld over te gaan.

4. Haatspraak en vluchtelingen

Haatspraak in kaart brengen is quasi onmogelijk, toch zijn er verschillende tekenen die aantonen dat haatspraak bv. online duidelijk toeneemt.

  • De Simon Wiesenthal Centers Digital Terrorism & Hate Project 2012 zag een stijging van 12% bij problematische sociale netwerksites, websites, forums, blogs, twitter, etc. (11 500 naar 14 000).
  • Tussen de survey van 2010 van EU Kids Online en die van 2014 van Net Children Go Mobile, steeg het risico voor kinderen om op websites met haatspraak terecht te komen van 13% naar 20%.
  • In december 2015 engageerden drie grote sociale netwerken zich om zo snel mogelijk haatspraak te verwijderen.  Ze deden dit na druk uit Duitsland, waar vastgesteld werd dat het aantal xenofobe en racistische online comments exponentieel steeg toen extreem rechts de instroom van vluchtelingen in Duitsland begon te viseren.

De stijging van het aantal mensen en groepen met een migratie-achtergrond in Europa gaat spijtig genoeg gepaard met een stijging van haatspraak en haatgedreven geweld. De nood om haatspraak aan te pakken stijgt daarom rechtevenredig.

5. Waar zijn nog specifieke noden?

Uit het RADIMED onderzoek kwamen verschillende aanbevelingen om discriminatie en haatspraak aan te pakken, zoals

  • vertrouwen herstellen in contacten met de overheid, de maatschappij en haar vertegenwoordigers en uitleggen hoe onze maatschappij en politiek bestel werkt, in casu de mediamakers,
  • jonge mensen weerbaarheid, positief probleemoplossend vermogen en kritisch denken en mediawijsheid bijbrengen,
  • jongeren leren wat haatspraak is, hoe die herkennen, welke alternatieven er zijn en hoe ze er sociaal, relationeel en communicatief mee om kunnen gaan,
  • bottom-up gewelddadig discours en hatelijke opmerkingen tegen gaan, en een pluralistisch alternatief ondersteunen,
  • zorgen dat ‘counter narratives’ niet gaan over ideologie en het juiste antwoord, maar over duidelijke en positieve boodschappen door neutrale actoren of peers die extremistische narratieven kunnen weerleggen,
  • wie online forums en commentmogelijkheden beheert ondersteunen in het herkennen en tegengaan van gewelddadig extremistische propaganda en in hoe ze hierop kunnen reageren.

6. No Hate Speech Platform Vlaanderen: een Europese campagne in Vlaanderen

De No Hate Speech Movement is een jongerencampagne van de Raad van Europa voor online mensenrechten. De campagne vertrekt vanuit de vele kansen die het internet en sociale media bieden om te informeren, te communiceren, te amuseren en te creëren. Om die kansen echter ten volle te kunnen benutten, moeten we ons ook kunnen verweren tegen misbruik van of via het internet, zoals cyberhaat en cyberpesten. Net als een aantal andere online risico’s kunnen die veel schade veroorzaken en plegen ze inbreuk op democratische processen en de mensenrechten.

De campagne startte in 2012 en kreeg in 2015 een verlenging van het Comité van Ministers van de Raad van Europa  tot en met 2017 om de stijgende polarisering (o.a. in het kader van extremistisch geweld en racistische reacties op de instroom van vluchtelingen) in onze Europese context mee aan te pakken.  De campagne breidde daarom haar focus uit naar zowel online, als offline haatspraak.  Bovendien wil de campagne de grenzen van het jeugdwerk doorbreken en alle jongeren en al hun begeleiders in alle domeinen oproepen om mee werk te maken van meer interculturele contacten en gelijke kansen en minder haatspraak in al haar vormen.

Een campagne van de Raad van Europa kan maar succes kennen als in elke lidstaat en in elke regio mensen en organisaties de handschoen opnemen en de campagne lokaal en regionaal mee vorm geven.  In 2014 ondersteunde de Vlaamse Minister van Jeugd de campagne al via een project van Jong & Van Zin vzw, Tumult vzw, Mediaraven vzw en Groep Intro.  Daarnaast ondersteunde hij verschillende projecten gericht op verdraagzaamheid en tegen homofobie.

In 2016 nemen we in Vlaanderen de fakkel weer op en stellen we een vernieuwd No Hate Speech Platform Vlaanderen samen met de volgende missie:

Het No Hate Speech Platform Vlaanderen (NoHate) dringt online en offline haatspraak en haatzaaien terug in Vlaanderen door kinderen en jongeren en hun begeleiders (jeugdwerkers, leerkrachten, ouders...)

  • te sensibiliseren
  • te vormen en
  • handvatten aan te reiken
  • om weerbaar te zijn en actie te ondernemen tegen haatspraak. 

Belangrijke aandachtspunten

In het deelproject is het belangrijk om rekening te houden met volgende elementen:

  • Zorg voor een duurzaam kader, het project moet de start zijn van een werking die daarna verder kan gaan zonder de projectmiddelen;
  • Leg de nadruk op jongeren een stem geven en hun begeleiders en vertrouwenspersonen helpen om die stem te ondersteunen;
  • Door de inbedding in een breder netwerk met ook welzijnspartners kan die duurzaamheid versterkt worden;
  • Zorg dat de ‘alternatieve narratieven’ niet gaan over ‘ideologie’ en ‘het juiste antwoord’, maar over duidelijke en positieve boodschappen door neutrale actoren of peers die discriminerende en extremistische narratieven kunnen weerleggen.

Het deelproject bouwt verder op de expertise en tools die in het project “No Hate Alternarratief” werden uitgewerkt. Het is mogelijk de reeds uitgebouwde expertenpoule aan te vullen.

Er wordt een traject gelopen, waarbij de inhoudelijke en vormelijke invulling op verschillende momenten wordt getoetst.


We willen bestaand onderzoek, goede praktijken… verzamelen en ontsluiten doorheen het traject, maar zijn niet op zoek naar nieuw onderzoek. Voorstellen die in hoofdzaak de focus leggen op het voeren van onderzoek of niet concreet leiden tot de beoogde realisaties zullen niet weerhouden worden.

Proces en timing

  • Tot en met 13 juni 2017 om 12.00 uur kan elke rechtspersoon of overheidsinstantie een partnervoorstel indienen via het formulier op www.mediawijs.be/oproepwelzijn.  
  • Rond 30 juni zal een adviescommissie van personeel en leden van de Stuurgroep van Mediawijs de voorstellen rangschikken op basis van kwaliteit, ervaring, budget, timing en compatibiliteit met het project “No Hate AlterNarratief”.
  • Op basis van die rangschikking zal het Dagelijks Bestuur van Mediawijs met de weerhouden partner in gesprek gaan om een projectvoorstel uit te werken dat compatibel is met het project “No Hate AlterNarratief”.
  • De uitvoering start rond 15 juli 2017 en eindigt op 15 december 2017.


Timing deelproject ‘No Hate AlterNarratief - Bruggen naar Welzijn’

2017

23 mei

Oproep naar voorstellen tot samenwerking

  13 juni  

Deadline indienen partnervoorstellen

  ca. 10 juli Keuze van partners en richting door adviescommissie en start onderhandelingsronde met Dagelijks Bestuur Mediawijs
 

juli - december 

Uitvoering project

Hoe indienen?

Vul ten laatste op 13 juni 2017 om 12.00 uur dit formulier in om in te gaan op de partneroproep voor het Mediawijs deelproject ‘No Hate AlterNarratief - Bruggen naar Welzijn’. 

Download hier eerst het volledige formulier met de vragen die je hieronder moet beantwoorden.

Budget

Het totaalbudget bedraagt 15 000 euro voor dit deelproject.

We zoeken één partner om het deelproject uit te voeren.

Algemene principes

We zetten vier elementen centraal in het kader van onze projecten.

  1. Mediawijze inhoud
    De projecten hebben een duidelijk mediawijze inhoud. Ze handelen over het efficiënt, actief en kritisch aanwenden van media, zetten hiertoe aan of faciliteren dit.
     
  2. Partnerschap
    De projecten worden uitgevoerd in partnerschap met verschillende instanties. Mediawijs is hierin één van de centrale partners en zit mee aan het stuur. We maken bovendien werk van een reëel partnerschap zodat ieder een actieve rol kunnen opnemen. Gerichte en lokale partnerships met brede welzijnsveld worden opgezet en uitgebouwd.
     
  3. Impact
    De projecten hebben minstens de kiemen in zich om een reële en grootschalige impact te helpen verwezenlijken. Ze kunnen daarvoor ook een eerste stap zijn of een belangrijke aanvulling.
     
  4. Duurzaam
    De projecten hebben ook na het projectjaar een effect. Ze lopen verder of hun resultaten worden nog minstens 2 jaar actief verspreid.

Daarom

  • is de inhoudelijke doelstelling van de projecten in een participatief proces sterk vooraf afgebakend door Mediawijs,
  • is Mediawijs in elk project een deelnemende partner,
  • wordt aan iedere kandidaat partner gevraagd om een rol voor zichzelf voor te stellen en puzzelt Mediawijs de weerhouden voorstellen tot een samenhangend geheel en een werkbaar consortium,
  • wordt minstens 10% van het budget aan valorisatie en disseminatie van de projecten besteed.