Onderzoeksresultaat

Twee derde van de tieners zijn online bevriend met mensen die ze nog nooit ontmoet hebben

Negen op de tien Vlaamse jongeren tussen 12 en 18 jaar zijn actief op minstens één sociaal medium, met Facebook als absolute marktleider. Ze zijn vooral actief op sociale media om contact te houden met anderen die ze uit het ‘offline’ leven kennen, met name vrienden die ze zelden zien (92%), vrienden die ze vaak zien (89%) en familieleden (81%). En liefst 65% van de jongeren heeft echter ook contactpersonen in hun vriendenlijst die ze nog nooit ontmoet hebben. Dat blijkt uit onderzoek van de onderzoeksgroep MIOS (Media & ICT in Organisations & Society), verbonden aan het Departement Communicatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. 
De belangrijkste conclusies van dit onderzoek kan u hier in 10 vragen en evenveel antwoorden terugvinden: 

1. Hoeveel jongeren zijn actief op sociale media?

Negen jongeren op tien hebben minstens één account op een online profielpagina. Met 90% is Facebook de absolute marktleider, voor Twitter (24%),  Netlog (9%), Hyves (3%) en Myspace (2%).

2. Waarom zijn ze actief op sociale media?

De behoefte aan contact met anderen die men uit het offline leven kent, is het hoofdmotief om actief te zijn op sociale netwerksites. 92% houdt zo contact met vrienden die ze zelden zien, 81% met familieleden. 89% gebruikt Facebook en co om afspraken te plannen met vrienden die ze vaak zien. Zo’n zes op de tien jongeren (58%) zijn bevriend met hun ouder(s), meer meisjes dan jongens. Net niet de helft (47%) denkt online nieuwe contacten te kunnen leggen. 13% gebruikt de sites wel eens om te flirten, 8% om een romantische relatie te starten. Opvallend: 72% van de jongeren geeft toe dat ze soms op hun profielpagina actief zijn uit verveling.

3. Hoe vaak zijn ze actief?

Een op de tien jongeren post dagelijks een statusupdate (11%), terwijl een vierde (26%) dit wekelijks doet en een derde maandelijks (33%). Onze studie onthult enkele verschillen in postgedrag op basis van gender en studieniveau. Meisjes posten frequenter een statusupdate dan jongens. Leerlingen uit het BSO posten frequenter dan ASO- en TSO/KSO-leerlingen.

4. Leggen ze contact met onbekenden?

Vier op de tien tieners (38%) stellen nooit te surfen naar profielen van gebruikers die niet op hun vriendenlijst staan, 36% doet dit maandelijks, 19% wekelijks en 6% dagelijks. Oudere tieners gaan actiever en frequenter op zoek naar profielen van andere profielgebruikers. Voor een meerderheid van jongeren bieden sociale netwerksites ook mogelijkheden om buiten hun vriendenkring op zoek te gaan naar anderen waarmee ze iets gemeenschappelijk hebben.

5. Met wie delen ze welke informatie?

Wat het delen van persoonlijke gegevens betreft, stellen we vast dat negen op de tien jongeren (95%) zeggen dat ze hun echte identiteitsgegevens meedelen (bv. voornaam, familienaam). Ongeveer de helft (46%) deelt het gsm-nummer mee en iets meer dan zes op tien (64%) hun woonplaats. Een meerderheid van de jongeren beperken de toegang tot deze profielinformatie tot hun vrienden. Meisjes springen duidelijk voorzichtiger om dan jongens met het vrijgeven en toegankelijk maken van persoonlijke informatie.

6. Hoeveel vrienden hebben ze?

Ongeveer een op acht jongeren (12%) stelt dat ze minder dan 100 vrienden hebben op de sociale netwerksite die ze het meest gebruiken. Voor een derde (34%) schommelt de grootte van het vriendennetwerk tussen de 100 en de 300 vrienden. Een vierde (27%) heeft tussen de 300 en 500 contacten op hun vriendenlijst. Zo’n 21% claimt meer dan 500 contacten te hebben. Onze studie toont aan dat het aantal contacten toeneemt met de leeftijd van tieners.

7. Kennen ze hun vrienden ook in de echte wereld?

Een derde van de jongeren stelt dat ze alle contacten op hun vriendenlijst al eens ontmoet hebben (35%). Dit resultaat impliceert dat 65% van de jongeren contactpersonen heeft in hun vriendenlijst die ze nog nooit ontmoet hebben. Ongeveer een op drie (37%) schat dat maximaal 10% van hun vriendenlijst bestaat uit personen die ze nooit ontmoet hebben. Dit daalt tot bijna één tiende (13%) van de jongeren die schatten dat 10 tot 20% van hun profielvrienden onbekenden zijn. Ongeveer een tiende (10%) van de ondervraagde jongeren beweren dat 20 tot 40% van hun profielvrienden onbekenden zijn. Een kleine 4% stelt dat meer dan 40% van hun vriendenlijst bestaat uit personen die ze nog nooit ontmoet hebben. Meer meisjes dan jongens vinden het geen goed idee om vriendschapsverzoeken te aanvaarden van personen die ze nog nooit ontmoet hebben.

8. Doen Vlaamse jongeren aan cyberpesten?

Een op de tien jongeren (10%) die actief zijn op sociale netwerksites, geeft toe dat ze al een profielsite hebben gebruikt om iemand te pesten. Significant meer jongens dan meisjes geven toe dat ze ooit al gecyberpest hebben via een profielpagina (♂ 13% versus ♀ 8%). ASO-leerlingen stellen dat ze dit minder hebben gedaan dan TSO/KSO en BSO-leerlingen (respectievelijk 8% versus 13% en 16%). Daderschap stijgt met de leeftijd tot 16 jaar, om daarna te dalen (8% van de twaalfjarigen, 13% van de zestienjarigen, 10% van de achttienjarigen).

9. Hoeveel jongeren werden al eens het slachtoffer van pestgedrag op sociale netwerksites?

Eén op de zes jongeren (16%) is al het slachtoffer geweest van cyberpesten op profielsites. Meisjes stellen meer het slachtoffer geweest te zijn van cyberpesten dan jongens (♀ 19% versus ♂ 13%).

Het slachtofferschap is meer aanwezig bij BSO-leerlingen (23% versus 20% TSO/KSO en 13% ASO). Meisjes en jongens zijn even vaak getuige geweest van cyberpesten op sociale netwerksites. Zo’n 51% van de jongeren meent al een vorm van cyberpesten gezien te hebben op een sociale netwerksite. Dit komt meer voor bij BSO (60%) dan bij TSO/KSO (53%) en ASO (49%).

Ten slotte, slachtoffers van cyberpesten hebben significant meer dan niet-slachtoffers vriendschapsverzoeken van vreemden aanvaard. Gepeste jongeren communiceren ook frequenter met online contacten die ze nooit zelf ontmoet hebben.

10. Wie doet aan ‘ontvrienden’ of werd al ‘ontvriend’?

Zo’n acht op de tien jongeren (77%) hebben al iemand geschrapt uit hun vriendenlijst. Voor vier op de tien (44%), beperkt zich dit tot maximaal 10 personen. Ongeveer 15% schat dat ze al tussen de tien à twintig personen verwijderd hebben uit hun vriendenlijst. Voor minder dan een op de tien (6%) schommelt dit tussen de twintig en dertig. Ten slotte heeft één op de tien (12%) al meer dan dertig personen uit de vriendenlijst geschrapt. Wat betreft het zelf ontvriend worden door iemand anders, komt uit deze studie naar voor dat zo’n een op vier jongeren (24%) niet weet of zij al ‘ontvriend’ werden. Vier op de tien (42%) is ervan overtuigd dat dit niet gebeurde. Zo’n derde denkt dat dit minstens één of meermaals gebeurde (33%). 


Meer info? Contacteer Prof. dr. Michel Walrave (onderzoeksgroep MIOS, Universiteit Antwerpen). 

Onderzoek bij 1743 jongeren (12 tot 18 jaar) in Vlaanderen. Studie Jongeren 2.0, Universiteit Antwerpen, MIOS, Walrave & Heirman, 2013.

Werken mee aan dit initiatief