Onderzoeksmonitor
1 januari 2011 - 1 januari 2014

EU Kids Online III

Wie zijn we?   

Met het EU Kids Online-onderzoek willen we meer inzicht krijgen in de online activiteiten, vaardigheden en ervaringen van kinderen en hun ouders, en hoe zij omgaan met zowel de positieve als negatieve kanten van het internet. Het EU Kids Online-onderzoek bestaat uit een netwerk van 25 Europese landen (zie onderstaande kaart) gecoördineerd door prof. dr. Sonia Livingstone van de London School of Economics and Political Science. Het nationale team van elk deelnemend land levert de nodige analyses en rapporteringen aan, en zorgt er eveneens voor dat de bevindingen van het EU Kids Online-onderzoeksteam doorstromen naar de nationale/regionale beleidsmakers en organisaties die de brug slaan naar o.m. ouders en leraren.

Wie is het Belgische EU Kids Online-team?

Leen d’Haenens, Instituut voor Mediastudies, KU Leuven (coördinator)
Sofie Vandoninck, Instituut voor Mediastudies, KU Leuven
Verónica Donoso, Interdisciplinary Centre for Law and ICT, KU Leuven-iMinds
Katia Segers, CEMESO, Vrije Universiteit Brussel
Joke Bauwens, CEMESO, Vrije Universiteit Brussel

Het EU Kids Online-netwerk is actief sinds 2006.

De drie fasen van het EU Kids Online-onderzoek

EU Kids Online I 2006-2009

Veldtekening van bestaand onderzoek in Europa over internetgebruik en online risico's bij kinderen en jongeren
Identificeren van onderzoeksmethoden, thema's en doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn in onderzoek

EU Kids Online II 2009-2011

Ontwikkelen en afnemen van een uniforme en kwantitatieve face-to-face survey bij 25 000 kinderen (9-16 jaar) en hun ouders in 25 Europese landen

EU Kids Online III 2011-2014

Meer diepgaande en thematische analyses op basis van de EU Kids Online survey
Kwalitatief onderzoek over de percepties van online risico's aan de hand van focusgroepen en interviews in een subgroep van 11 landen

Mediawijsheid in het EU Kids Online-onderzoek

Mediawijsheid wordt binnen het EU Kids Online-onderzoek ruim geïnterpreteerd. Ten eerste heeft het te maken met de waaier aan online activiteiten die kinderen ontplooien; kinderen die de educatieve, entertainende en creatieve mogelijkheden van het internet meer benutten kunnen we beschouwen als meer mediawijs. De kijk op mediawijsheid beperkt zich niet tot de zogenaamde ‘basisactiviteiten’ zoals iets opzoeken voor school, maar gaat de uitdaging aan om ook de meer complexe en creatieve mogelijkheden van het internet te ontdekken. Voorbeelden zijn een blog bijhouden, filmpjes maken en delen, actief bijdragen aan een forum, burgerparticipatie via sociale netwerksites, etc.

Ten tweede verwijst mediawijsheid naar de meer ‘technische’ kennis en vaardigheden. In de EU Kids Online-survey werden acht digitale vaardigheden gemeten. Een aantal van deze vaardigheden liggen op het terrein van de zogenaamde instrumentele kennis; dit wil zeggen louter technische acties, of ‘knoppenkennis’. Daarnaast werd ook gepeild naar de zogenaamde informatievaardigheden, dit wil zeggen in welke mate jongeren kritisch omgaan met online informatie.

Tot slot kunnen we mediawijsheid in verband brengen met online weerbaarheid. Jongeren komen onvermijdelijk met online risico’s in contact, maar ze reageren daar heel verschillend op. Jongeren die in staat zijn om op een adequate manier met deze risico’s om te gaan, die bepaalde strategieën hanteren om risico’s te vermijden, en die kiezen voor een probleemoplossende aanpak als het misgaat, kunnen we daarom ‘mediawijs’ noemen.