Onderzoeksresultaat

Beeldvorming over ouder worden in de media

In september 2013 verscheen er bij de Koning Boudewijnstichting een studie over hoe senioren in de media worden geportretteerd: Van ‘over en oud’ tot ‘het zilveren goud’ – Beeldvorming en communicatie over het ouder worden. Professor Baldwin Van Gorp (Instituut voor Mediastudies, KULeuven) onderwierp uiteenlopende mediaproducten – waaronder krantenartikels en reclame – aan een framinganalyse en kwam tot de conclusie dat er 11 verschillende manieren zijn om over ouderen te praten. Hieronder volgt een korte samenvatting.

Analyse

Framinganalyse is een manier om stereotyperingen bloot te leggen. Framing betekent dat je een persoon of een gebeurtenis vanuit een bepaald perspectief benadert. Meestal gebeurt dat heel subtiel, maar het zorgt er wel voor dat er geen genuanceerd beeld ontstaat. Sommige aspecten blijven immers onderbelicht en andere worden extra benadrukt. Een frame kan negatief of positief zijn en elk frame heeft ook minimaal een counterframe: een andere manier om hetzelfde te benaderen.

Overzicht van frames

Op basis van de analyse werden er 5 frames en 6 counterframes geïdentificeerd.

Ouderen in de samenleving

Het eerste frame dat besproken wordt, is dat van ‘Afnemend nut’: een oudere zorgt in de samenleving enkel nog voor extra kosten, er zijn geen baten. Een voorbeeld dat hierbij wordt aangehaald, is dat ouderen niet meer mee zijn met de recente computertechnologieën. Ook de doemscenario’s over de vergrijzing horen bij dit frame thuis.

‘Zilveren goud’ draait dit beeld om en bekijkt senioren als een bron van kennis en ervaring. Een bekend stereotype dat hierbij hoort, is dat van de oude, wijze man.

Een ander frame dat senioren in de samenleving problematiseert, is ‘Het onschuldige slachtoffer’: senioren zijn naïef, verstrooid en zwak en daarom moeten we hen betuttelen. Aan de andere kant kunnen ook de bijzondere prestaties van ouderen in de verf gezet worden. Dat gebeurt via het counterframe ‘Held/reddende engel’.

Intergenerationele relaties

In de media wordt het conflictframe veel gebruikt. Op het gebied van ouder worden, is er het ‘Generatieconflict’ dat ervan uit gaat dat er een structurele spanning is tussen oudere en jongere generaties.

Daarentegen benadrukt het counterframe ‘Solidariteit’ bijvoorbeeld de vriendschap tussen grootouders en kleinkinderen.

Ouderdom als persoonskenmerk

In dit onderdeel staat ouderdom zelf centraal en die wordt gezien als een ziekte. ‘Ouderdom als ongeneeslijke ziekte’ beschouwt ouderen als een last die best weggestopt kan worden. Het counterframe ‘Ouderdom als natuurlijk proces’ gaat de onafwendbaarheid van de ouderdom niet uit de weg, maar benadert het meer als iets waarop je je kan voorbereiden, niet als een probleem.

Het laatste problematiserende frame is dat van ‘Angst voor verlies aan autonomie en voor aftakeling’. Deze angst zou diepgeworteld zijn en vormt de basis voor een taboe: er wordt niet over gesproken, ouderen kunnen we maar best in een rusthuis plaatsen waar ze stilletjes kunnen wegkwijnen.

Beelden van ouderen die daar niet aan meedoen, maar in hun pensioen een herwonnen vrijheid ervaren, passen eerder in het counterframe ‘Eeuwige jeugd’. En als die oudere zich dan ook nog focust op zijn persoonlijke groei, dan bevindt de beeldvorming zich in het frame ‘Persoonlijke ontplooiing’.

Tot slot

De problematiserende frames geven vooral de urgentie van de ouderenproblematiek aan, terwijl de counterframes een handelingsperspectief aanbieden dat niet voorbijgaat aan het welbevinden van de individuele oudere. Ieder frame houdt een reductie van de complexe werkelijkheid in. Vandaar dat een combinatie van verschillende frames en counterframes de voorkeur heeft, en dat rekening houdend met de context waarin ze ingezet worden. Het is niet de bedoeling om de werkelijkheid te verbloemen. Er moet oog zijn voor de reële problemen in iemands individuele levenssituatie. Daarnaast kan humor helpen om de problematiek bespreekbaar te maken, want het is duidelijk dat de maatschappij worstelt met het gegeven dat het leven eindig is. Iedere cultuur gaat daar anders mee om. In het westen gebeurt dat op het eerste gezicht stroever dan in andere culturen, maar bij nader toezien blijkt dit toch een universeel gegeven te zijn.