Tool
7 februari 2017

Oefening: onze rechten online

De internationale No Hate Speech Movement raadt deze oefening aan voor de Safer Internet Day op 7 februari 2017. Ideaal voor in de klas of het jeugdwerk.

Deze oefening komt uit Bookmarks - het handboek om online haatspraak te bestrijden door mensenrechteneducatie (een Nederlandse vertaling is in de maak!).

De deelnemers krijgen een inleiding tot de Guide to Human Rights for Internet Users. Ze moeten de belangrijkste boodschappen en stellingen uit de gids analyseren en nadenken over de toepassing ervan in het dagelijkse leven.

THEMA’S Mensenrechten, democratie en participatie
COMPLEXITEIT Gemiddeld
GROEPSGROOTTE 14-35 personen
DOELSTELLINGEN

• Samen met de deelnemers de online mensenrechten van internetgebruikers verkennen
• De vereenvoudigde versie van de Guide To Human Rights for Internet Users voorstellen
• Manieren bespreken om de gids in het dagelijkse leven toe te passen
• Nadenken over de rol van de deelnemers bij het promoten van de gids

MATERIAAL

• Kopie van de vereenvoudigde versie van de gids voor online mensenrechten
• Balpennen en papier om notities te maken
• Flip-overpapier en stiften
• Ruimte waar groepjes kunnen werken

VOORBEREIDING • Kopieer de vereenvoudigde versie van de gids en deel die op in 7 delen voor het werken in groepjes
DUUR 60 minuten

Instructies

  1. Geef een korte inleiding op de Guide to Human Rights for Internet Users op basis van de onderstaande beschrijving.
  2. Leg uit aan de deelnemers dat ze over zeven verschillende domeinen van de gids zullen lezen en die bespreken.
  3. Verdeel de deelnemers in 7 groepjes. Geef elk groepje een domein van de vereenvoudigde versie van de gids en vraag hen om dit te lezen.
  4. Vraag elke groep om een korte voorstelling voor te bereiden over de mensenrechten in het domein waarover ze gelezen hebben. Vraag de groepen om elkaar niet te vertellen waarover hun voorstelling zal gaan.
  5. Zorg na 15 minuten voorbereiding dat elke groep zijn voorstelling brengt.
  6. Besteed na elke voorstelling enkele minuten aan feedback. Vraag de andere groepen om te raden welke mensenrechten geïllustreerd werden tijdens de voorstelling.
  7. Geef de groep zelf daarna een minuut om kort uit te leggen wat ze probeerden weer te geven van de inhoud die ze hadden gelezen. Schrijf hun ideeën of boodschappen op flip-overpapier.
  8. Herhaal dit voor elke voorstelling.
  9. Doe daarna de debriefing.

Debriefing

  • Hoe verliep deze oefening?
  • Welke nieuwe informatie over jouw rechten ben je door deze activiteit te weten gekomen?
  • Is er een verschil tussen offline en online mensenrechten?
  • Wie draagt de verantwoordelijkheid om die rechten online toe te passen?
  • Hoe kunnen we ervoor zorgen dat die rechten online worden toegepast? Wat kunnen we doen? Wat moet onze overheid doen? Wat moeten de eigenaars van websites doen?
  • Nu je kennis gemaakt hebt met de inhoud van de gids, wat zou je tegen andere internetgebruikers zeggen wanneer ze geconfronteerd worden met online haatspraak?
  • Welke ondersteuning kan men krijgen van de gids in de strijd tegen online haatspraak?

Tips voor facilitatoren

  • Maak jezelf vertrouwd met de volledige versie van de gids om klaar te zijn voor de inleiding en de vragen van deelnemers.
  • Vraag de deelnemers om zich toe te spitsen op de kernideeën die ze aan de anderen zouden willen voorstellen wanneer ze een voorstelling maken.
  • Besteed tijdens de debriefing aandacht aan het flip-overpapier met de kernideeën die voorbereid werden als gevolg van de voorstellingen van de groepen.
  • Wanneer de deelnemers hun rol in de promotie van online mensenrechten bespreken, vraag hen om specifieke voorbeelden te geven van wat jongeren tijdens hun dagelijkse online activiteit kunnen doen.

Varianten

Wanneer de groep zich er niet prettig bij voelt om voorstellingen te geven, zou je hen kunnen vragen om de inhoud die ze hebben gelezen te tekenen of hun ideeën op een andere relevante en creatieve manier te uiten.

Ideeën voor actie

  • Je kan met jouw groep een lijst van kernpunten opstellen van wat internetgebruikers zouden moeten weten over hun online rechten.
  • Je kan samen met jouw groep nagaan welke instellingen en organisaties in jouw land de mensenrechten online beschermen.
  • Nodig de deelnemers uit om zich aan te sluiten bij de jongerencampagne No Hate Speech Movement op Europees niveau of in hun eigen land. Ze kunnen ook een foto, memo of video voorbereiden over mensenrechten en online haatspraak op basis van de ideeën die ze tijdens hun voorstellingen naar voren gebracht hebben. Als gevolg van de activiteit kunnen de deelnemers actieplannen uitwerken die de mensenrechten online promoten bij hun vrienden, schoolkameraden, enz.

De vereenvoudigde versie van de Guide to Human Rights for Internet Users

GROEP 1
Toegang tot het internet en niet-discriminatie
Iedereen moet toegang hebben tot het internet zonder gediscrimineerd te worden op grond van geslacht, leeftijd, ras, huidskleur, taal, godsdienst of geloof, politieke of andere overtuigingen, etnische afkomst of seksuele geaardheid. Wanneer je in een landelijk en geografisch afgelegen gebied woont, een laag inkomen hebt en/of speciale behoeften of een handicap hebt, moet de overheid jouw toegang tot het internet mogelijk maken.

GROEP 2
Vrijheid van meningsuiting en informatie
Iedereen is vrij om zichzelf online uit te drukken en online toegang te hebben tot informatie. Er kunnen hier beperkingen aan gesteld worden wanneer uitingen aanzetten tot discriminatie, haat of geweld. Je kan misschien jouw identiteit online verbergen door bijvoorbeeld een pseudoniem te gebruiken. In bepaalde gevallen kan jouw identiteit echter bekendgemaakt worden door de autoriteiten.

GROEP 3
Vergadering, vereniging en participatie
Iedereen heeft het recht om zich met anderen te verenigen via het internet en om online vreedzaam protest te voeren. Je mag om het even welke online instrumenten kiezen om je aan te sluiten bij een sociale groep of deel te nemen aan een openbaar oriënterend debat.

GROEP 4
Bescherming van privacy en gegevens
Iedereen heeft recht op een privé- en gezinsleven op het internet. Dit omvat de vertrouwelijkheid van jouw particuliere online correspondentie en communicatie. Persoonlijke informatie mag enkel worden gebruikt online wanneer mensen hier op voorhand hun toestemming voor hebben gegeven. Overheidsinstanties en particuliere ondernemingen zijn verplicht specifieke regels en procedures te respecteren wanneer ze jouw persoonlijke gegevens verwerken.

GROEP 5
Onderwijs en geletterdheid
Iedereen heeft recht op onderwijs, cultuur en online kennis. Je moet ondersteund worden bij de ontwikkeling van vaardigheden om verschillende internetinstrumenten te begrijpen en te gebruiken en om de juistheid en de betrouwbaarheid van de inhoud en diensten waar je toegang toe hebt te verifiëren.

GROEP 6
Kinderen en jongeren
Kinderen en jongeren hebben recht op speciale bescherming en begeleiding wanneer ze het internet gebruiken. Je kan een opleiding verwachten van jouw leerkrachten, opvoeders en ouders over een veilig gebruik van het internet. Je hebt het recht om van overheden en de aanbieders van internet en inhoud duidelijke informatie te ontvangen over illegale online inhoud of gedrag dat je schade kan berokkenen.

GROEP 7
Steun en hulp
Iedereen heeft het recht om hulp en steun te krijgen wanneer hun rechten niet gerespecteerd worden online, zoals de mogelijkheid om toegang te hebben tot een procedure voor een rechtbank. Een internetaanbieder (aanbieders van toegang tot online inhoud) moet jou informeren over jouw rechten en over hoe je een klacht kan indienen tegen schendingen. Jouw digitale identiteit, computer en de betrokken gegevens worden door de overheid beschermd tegen illegale toegang, vervalsing en andere frauduleuze manipulatie.