Opinie

Het stiefkind van de volwassen Vlaamse film

The Broken Circle Breakdown mag dan al naast het felbegeerde beeldje gegrepen hebben, dit doet niets af van het feit dat de Vlaamse film steviger dan ooit in haar schoenen staat. De vreugdekreten omtrent de nieuwe dynamiek in de Vlaamse film zijn grotendeels terecht, maar hier kunnen toch ook een aantal kanttekeningen bij gemaakt worden. Een zorgbarende uitzondering op het Vlaamse filmsucces is bijvoorbeeld de kinder- en jeugdfilm (kortweg kinderfilm), die met recht en rede weleens het stiefkind van de eindelijk volwassen geworden Vlaamse film wordt genoemd.

De krokusvakantie is traditioneel een kinderfilmvakantie en ook nu vinden er opnieuw diverse vertoningen en speciale evenementen plaats, zoals het Jeugdfilmfestival in Antwerpen en Brugge. De grote afwezige hierbij is echter de Vlaamse kinderfilm. Vlaanderen kent op dit vlak absoluut geen traditie: tot eind de jaren 1990 werden er zo goed als geen kinderfilms geproduceerd. Vanaf het nieuwe millennium is er wel enige continuïteit in de productie, wat voornamelijk te danken is aan de Studio 100-afgeleiden zoals de Plopfilms en de K3-films. Enkele uitzonderingen niet te na gesproken ontbreekt een meer kwalitatieve kinderfilm, die het jeugdig publiek au sérieux neemt, vooralsnog volledig. Dit in tegenstelling tot vergelijkbare filmregio’s zoals Nederland en Denemarken, waar er jaarlijks zes à zeven films in de bioscopen komen.

De kinderfilmproductie in die landen wordt dan ook sterk gestimuleerd door een actief overheidsbeleid, iets wat in Vlaanderen veel minder het geval is. Hoewel diverse politieke en beleidsactoren steeds een zeer positieve houding aannemen tegenover kinderfilms, vertaalt zich dit tot nog toe niet in concrete beleidsinitiatieven. Dit terwijl binnen andere culturele sectoren, zoals de literatuur, een specifiek jeugdbeleid al lang een evidentie is. Tegelijk moeten we ook erkennen dat er ook vanuit de productiesector zelf nooit veel initiatief is gekomen. Dit komt deels door de dominantie van Studio 100 en de sterke Nederlandse kinderfilmsector: indien er zich al eens een Vlaamse cineast met voeling voor de kinderfilm aandient, zoals Vincent Bal, krijgt hij in Nederland meer kansen dan in Vlaanderen.

Vandaag lijkt de Vlaamse kinderfilm echter op een punt aangekomen te zijn waarop er iets begint te bewegen. Ten eerste is er het eerder aangehaalde algemene positieve klimaat rond de Vlaamse langspeelfilm, wat het draagvlak om ook eens aandacht te besteden aan kinderfilms verhoogt. Daarnaast zijn er een aantal korte en lange speelfilms die als een soort van wegbereiders kunnen gelden. Zo toont het festivalsucces van films als Ben X, Allez Eddy en Violet (die recent nog een jongerenprijs op de Berlinale wegkaapte) aan dat ook films die een jonger publiek aanspreken internationale erkenning kunnen genereren. Bovendien staan er nog een aantal projecten op stapel. Op een ruimer cultureel en maatschappelijk niveau bouwden diverse kinder(film)cultuurinitiatieven ondertussen ook mee aan een draagvlak voor de kinderfilm. Nog nooit leek het kantelpunt voor de Vlaamse kinderfilmproductie zo dichtbij. Dit momentum verzilveren is niet enkel de verantwoordelijkheid van het filmbeleid in de vorm van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF), maar voornamelijk van alle betrokken ministeries: naast Cultuur dus ook Jeugd, Onderwijs en Media. Een denkpiste die hierbij voor de hand ligt, is samenwerking met televisie, waar wel een sterke traditie op het vlak van kinderproducties bestaat. Ongeacht de vorm van eventuele beleidsinitiatieven zal de eindverantwoordelijkheid echter altijd aan de kant van de productiesector blijven liggen.

Er dient zich met andere woorden een opportuniteit aan om de vonk binnen de Vlaamse kinderfilmproductie te laten ontvlammen. Het argument dat de kinderfilm slechts een niche en daarom minder prioritair zou zijn, gaat hierbij niet op. Buitenlandse voorbeelden tonen immers genoegzaam aan dat een kwalitatieve kinderfilm voor zowel jong als oud genietbaar is. Bovendien vormt het jeugdig publiek de niche waaruit later alle andere publieken voortkomen. Als er één belangrijk publiekssegment is die de aandacht verdient, dan is het dus wel de niche van de kinder- en jeugdfilm. Pas wanneer dit gebeurt, zal de Vlaamse langspeelfilm zich echt volwassen kunnen noemen.

Lees meer over