Opinie

De paradox van ‘Safer Internet Day’

Safer Internet Day promoot al 12 jaar een meer verantwoordelijk gebruik van online en mobiele technologie bij kinderen en jongeren. Deze traditie ten spijt, lijkt er nog een lange weg af te leggen naar een veilig internet. Waarbij in de vroege jaren negentig deze online ‘virtuele’ ruimte nog gelauwerd werd voor haar oneindige mogelijkheden tot communicatie, (anonieme) zelfexpressie en creativiteit, lijkt het wel alsof we hier vandaag verder van af staan dan ooit. Wat heeft het promoten van meer verantwoordelijkheidszin bij jongeren dan opgebracht? Zo wordt gezegd dat sociale netwerksites broeihaarden zijn voor radicalisering, en worden kinderen en jongeren achter elke virtuele hoek geconfronteerd met ernstige cybercriminaliteit. Zowel deze maatschappelijke, als sociaal-technologische contexten (het internet groeide van statisch naar een interactief web met vele platformen), maken dat het internet een complexe rol speelt in het dagelijks leven. Het internet is een fenomeen dat erg leeft; we krijgen er schijnbaar moeilijk controle over als maatschappij.

Verantwoordelijkheidszin over online gedrag

Wanneer het gaat over kinderen en jongeren, is de bezorgdheid groot. Zo weten we uit onderzoek dat Belgische ouders eerder beknottend optreden wanneer zij internetgebruik monitoren. Kinderen en jongeren worden aangeleerd zelf de verantwoordelijkheid op te nemen voor hun online gedrag. Media ‘wijs’ zijn wordt ingevuld als een efficiënt streven naar een correcte, duidelijke en professionele identiteit. Vaak wordt hier naar verwezen als ‘identiteitsmanagement’. Daarnaast verwijst ‘reputatiemanagement’ naar het voorkomen dat de reputatie geschaad wordt door ‘fout’ online gedrag, zoals het online plaatsen van een dronken foto. Het idee van identiteits- en reputatiemanagement staat erg ver van de invulling die aan internet in de jaren negentig werd gegeven. Vandaag lijken anonimiteit, zelfexpressie en creativiteit aan banden te worden gelegd, de nadruk wordt gelegd op een online identiteit die zo professioneel en ‘echt’ mogelijk is. Jongeren verantwoordelijk stellen voor een eigen online identiteitsmanagement en het behouden van een goede reputatie, geeft volwassenen blijkbaar een gevoel van meer controle over het internetfenomeen – schijnbaar.

Paradox verantwoordelijkheidszin

Zelf heb ik geobserveerd tijdens mijn onderzoek, door met jongeren te praten over de plaats van sociale media in hun beleving van intimiteit, dat dit verantwoordelijkheidsdiscours leidt tot een paradox. Bij jongeren leeft enerzijds heel sterk de maatschappelijke verwachte verantwoordelijkheidszin wanneer zij sociale media gebruiken, anderzijds zijn sociale media hét instrument om meer speels met ‘identiteit’ aan de slag te gaan: veel communicatie, heel expressief, uitdagend creatief en soms ook anoniem. Alhoewel het speels exploreren van identiteit positief kan zijn, leidt deze paradox tussen gewenst ‘verantwoordelijk’ gedrag en het eigenlijke gedrag soms tot conflict binnen jongerengroepen zelf. De maatschappelijke roep naar meer online management wordt vaak binnen jongerengroepen vertaald naar weinig diverse en emancipatorische waarden. Zo worden meisjes die creatief aan de slag gaan met foto’s al snel als ‘sletterig’ bestempeld, en jongens afgedaan als foute ‘playboys’.

Waarom nood aan controleren online gedrag jongeren? 

Gelet op deze paradox, lijkt het mij zinvol om op Safer Internet Day ook eens stil te staan bij waarom er zoveel maatschappelijke behoefte is om het online gedrag van jongeren te controleren. Alvast drie eerste observaties. Ten eerste brengt het internet verschillende sociale contexten samen. Volwassenen kunnen voortdurend observeren hoe jongeren aan identiteitsexploratie doen, en interpreteren online communicatie vaak anders (of dramatischer) dan die bedoeld is. Dit werd nog aangetoond begin vorige week; het VTI in Aalst diende zich te excuseren voor de controle op Facebook naar extremistische uitspraken, zonder eerst in dialoog te gaan met leerlingen. Ten tweede is er een continue morele paniek over het online gedrag van jongeren. Voortdurende sensationele berichtgeving over hoe het allemaal fout kan lopen is nooit ver weg. Dit staat, gelukkig, in sterk contrast met hoe jongeren het internet dagdagelijks zelf beleven. Ten derde onderschatten we de rol van de grote sociale mediabedrijven in de sturing van het online gedrag. Zij hebben alle voordeel in het verdedigen van ‘identiteitsmanagement’. Een transparant profiel zorgt voor betere verhandelbare data, dit genereert meer inkomsten. Het sociaal model dat deze bedrijven verdedigen, staat echter niet altijd in het teken van een opgroeiende jongere.

Safer Internet Day lijkt mij dan ook een ideaal moment om wat verder te denken dan enkel het aanscherpen van verantwoordelijkheidszin bij jongeren. Meer dialoog, minder paniek en ‘management’ zijn al een begin. En, waarom ook niet, wat ruimte voor creatieve zelfexpressie en anonimiteit.

Sander De Ridder is postdoctoraal onderzoeker bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO), verbonden aan de Universiteit Gent en het Centre for Cinema and Media Studies (CIMS). Zijn onderzoek richt zich op sociale media als een cultureel fenomeen in de beleving van intimiteit.