Opinie

De openbare omroep verdient meer dan een debat waarin alle inhoud zoek is en dat eindigt met platitudes als ‘geen goede minister’ en ‘een zwakke CEO’.

Tim Raats - VUB - SMIT
Waarom wordt overheidssteun voor de VRT veel meer onder vuur genomen dan die voor de pers of automobielsector? Waarom wordt de discussie over de nieuwssite van de VRT en de bedreiging die hij zou vormen voor private nieuwsmedia zelden opengetrokken naar de diversiteit van wat er op die nieuwsmedia te zien is? Waarom nemen we zo graag ‘marktverstoring door de publieke omroep’ in de mond en kijken we zelden naar hoe private bedrijven binnen een kleine mediamarkt zoals de Vlaamse zelf marktverstorend kunnen zijn voor het ‘ecosysteem’? Waarom is reclame in scholen of op bussen minder ‘vervuilend’ dan deze op de publieke omroep? Waarom botsen eersteklasticketten voor treinen op minder kritiek dan een betalend on-demandaanbod van de publieke omroep, terwijl het in beide gevallen gaat om een upgrade van basisvoorzieningen, hoofdzakelijk met belastinggeld gefinancierd?

Het zijn allemaal vragen - toegegeven, wars van context - die zelden aan bod komen in beleidsdiscussies of binnen mediajournalistiek. Het zijn wat de Britse professor Des Freedman media policy silences noemt, de vragen die niet binnen beleid en publieke opinie gesteld worden. Hetzij omwille van strategische redenen, hetzij omwille van het hardnekkig doorwerken van bepaalde denkkaders.

Waarover het gaat…

Met een ‘plan 2’ voor de VRT-besparingen, lijken we in de laatste (alhoewel minder rechte) lijn richting beheersovereenkomst te gaan. Het debat over die beheersovereenkomst lijkt echter vooral gekenmerkt door een zeer sterke focus op de werking van bepaalde netten, merken en diensten enerzijds en de besparingsplannen anderzijds. Beide beperken het debat ten koste van wat het eigenlijk zou moeten zijn: een discussie over de toekomst van het instituut ‘publieke omroep’ en de rol die een publieke omroep nog kan en moet spelen. Discussies vandaag worden beheerst door de wijze waarop de VRT haar opdracht op dit moment invult. Beide zijn uiteraard aan elkaar gelinkt, maar zijn allerminst hetzelfde. De manier waarop de VRT haar opdracht vandaag uitvoert kan een insteek zijn voor het beantwoorden van deze vragen, maar is allerminst voldoende.

De financiële beperkingen opgelegd aan de VRT scheppen een slecht kader voor het nadenken over de rol van de publieke omroep. Dat de VRT haar opdracht moet invullen binnen een context van aanzienlijke besparingen, hypothekeert voor een stuk het debat over de rol van de VRT, dat in een ideale wereld natuurlijk voorafgaat aan het vastleggen van de financiële contouren.

Internationale en Europese onderzoeken over de toekomst van de publieke omroep argumenteren dat die zo groot en breed moet zijn als maatschappelijk noodzakelijk. Maatschappelijke noden zijn dan onder meer: burgers informeren, hen kennis laten maken met dingen die ze niet kennen, de samenleving verbinden, bijdragen aan een gezamenlijke en diverse identiteit.

Met andere woorden: de publieke omroep is geen doel op zich, maar een middel om doelstellingen van ‘algemeen belang’ te bereiken. De financiering volgt in dergelijke optiek de omvang van de opdracht. Het mag duidelijk zijn dat dergelijke logica volgen binnen de huidige economische en politieke context erg moeilijk wordt.

De discussie over de invulling van de VRT-opdracht volgt namelijk de omgekeerde logica: de maatschappelijke noodzaak die we nog toekennen aan een publieke omroep mag zo groot zijn als de financiële contouren die vooraf worden vastgelegd. Daarmee is het pad geëffend voor een discussie over een VRT die vooral binnen de contouren van de markt moet opereren, en discussies over het maatschappelijk nut van een publieke omroep worden eigenlijk ondergeschikt gemaakt aan discussies over een VRT die vooral marktversterkend moet zijn.

Voor een stuk, en dit merkt ook Leo Neels terecht op (Knack, 2 oktober), is het gebrek aan inhoudelijk debat over de maatschappelijke rol van de publieke omroep een gevolg van een kortetermijninvulling van het huidige mediabeleid. Dat hinkt vooral van legislatuur naar legislatuur en definieert de omroepopdracht binnen de contouren van wat op dat moment mogelijk is. Anderzijds is het een gevolg van een VRT die de laatste tien jaar dermate veel wissels aan de top kende en interne hervormingen doorvoerde - vaak als gevolg van opgelegde besparingen. Tegen die achtergrond bleken discussies over de rol die de VRT nog wil spelen op lange termijn ook voor de publieke omroep zelf van secundair belang.

Nadenken over het onderscheidende ‘publieke ethos’, over kwaliteit, over publieke meerwaarden, oftewel datgene wat een publieke omroep doet onderscheiden van andere mediaspelers (die uiteraard ook programma’s en diensten met meerwaarde kunnen aanbieden), is binnen de hogere regionen van de VRT bijna een vloekwoord eerder dan basisreflex geworden. De VRT staat op dat vlak niet alleen. Diverse instituten die ooit zonder veel weerwerk zichzelf als ‘autoriteit’ positioneerden – zo ook de Universiteit – moeten zichzelf in vraag stellen en voor een stuk opnieuw uitvinden. Dat omgevingsfactoren dit soort instellingen vaak dwingt tot korte termijnkeuzes (universiteiten moeten meespelen op internationaal niveau, onderzoekers moeten x aantal artikels publiceren, enz.) nodigt natuurlijk weinig uit tot zo’n reflectie.

Vanuit de Reyerslaan zelf bleef het tijdens de onderhandelingen over de beheersovereenkomst ook nogal stil als het over de inhoudelijke invulling van de opdracht gaat. De laatste jaren volgden diverse plannen met klinkende titels elkaar in sneltempo op, maar weinigen gaven inkijk in hoe de VRT zichzelf als onderscheidende en publieke mediaspeler wenst te positioneren en weinig daarvan werd gedeeld met haar belangrijkste stakeholder, de Vlaamse belastingbetaler.

Dat de VRT-medewerkers als reactie op een besparingsplan, zelf initiatieven lanceren om de publieke meerwaarde van de programma’s aan te tonen is misschien een pijnlijke uitloper van het gebrek aan inhoudelijk debat tussen de Vlaamse overheid en de top van de publieke omroep. Als het de VRT menens is de Vlaming als haar belangrijkste stakeholder aan te merken (en terecht trouwens), dan moet ze veel meer met die Vlaming in dialoog gaan.

Dat de VRT-medewerkers als reactie op een besparingsplan, zelf initiatieven lanceren om de publieke meerwaarde van de programma’s aan te tonen is misschien een pijnlijke uitloper van het gebrek aan inhoudelijk debat tussen de Vlaamse overheid en de top van de publieke omroep

Hier ligt ook een verantwoordelijkheid van de pers, die stellingnames uit parlementaire discussies en uitspraken van de minister van Media en anderen betrekkelijk weinig kadert binnen een breder nadenken over de rol van de publieke omroep, hoe kritisch men er ook voor wil zijn. Dat de pers vooral uitpakt met snelle en beknopte nieuwsflashes over de VRT-discussie of interne ruzies getuigt de berichtgeving naar aanleiding van een benchmarkstudie uitgevoerd door de VUB, Universiteit Antwerpen en KULeuven, die beperkt bleef tot het overnemen van een identiek Belga-nieuwsbericht in nagenoeg alle nieuwsmedia.

En waarover het zou moeten gaan…

Wat het debat over de VRT nodig heeft, kan misschien nog het best gevat worden met de termen verbredend, verdiepend en specialistisch, niet toevallig gekozen omdat de VRT ze zelf naar voor schuift om haar netten te definiëren.

Ten eerste pleit ik voor een verbreding van het debat. De vele partners – ‘de stakeholders’ – van de publieke omroep bleven opvallend stil en het moet gezegd, ook vanuit de academische kant bleef het in dit debat een stuk kalmer dan vijf jaar geleden. Een stakeholderbevraging van iMinds-SMIT (VUB) toonde nochtans hoe breed het draagvlak voor de VRT nog is en hoeveel medestanders zich inschrijven in een sterke, breed gedefinieerde publieke omroep. Opvallend is hoe weinig die stemmen gehoord worden en hoezeer discussies binnen pers en politiek beheerst blijven door hoe de marktspelers zich tot de VRT verhouden en hoe groot die VRT er volgens hen nog mag uitzien. VRT heeft echt wel meer medestanders dan het debat soms doet uitwijzen. Die medestanders zijn daarom niet minder kritisch en willen ook – en terecht – dat de lat hoger wordt gelegd op verschillende vlakken.

Opvallend is hoezeer discussies binnen pers en politiek beheerst blijven door hoe de marktspelers zich tot de VRT verhouden en hoe groot die VRT er volgens hen nog mag uitzien

Ten tweede is er de noodzaak aan verdiepend debat, oftewel een debat dat zich niet beperkt tot boude stellingnamen, maar argumenten ook kritisch en binnen een ruimer kader beschouwt. Posities worden ingenomen, maar zelden bijgesteld, waardoor het debat vooral herhaling wordt en op de oppervlakte blijft. Studies worden besteld, maar worden vooral aangegrepen om die argumenten kracht bij te zetten die de eigen standpunten dienen, zonder echt rekening te houden met wetenschappelijk onderbouwde conclusies.

Bijvoorbeeld, als ‘samenwerking’ tussen mediaspelers echt zo belangrijk is, waarom blijven discussies over de invulling van zo’n samenwerkingsagenda dan beperkt tot ‘meer samenwerking’ en wordt er niet verder nagedacht over hoe je dit kan uitwerken, wat de mogelijke beperkingen zijn van samenwerking, welke partnerships wel of niet prioritair zijn?

Als ‘marktversterking’ zo cruciaal is, waarom wordt de discussie dan niet breder opengetrokken naar hoe ver die marktversterking kan en moet gaan, hoeveel 'een euro VRT' effectief opbrengt voor diverse economische sectoren in Vlaanderen, hoeveel deRedactie.be effectief verlies betekent voor private spelers?

Als het ‘ecosysteem’ zo belangrijk is – iets waar sinds de vorige legislatuur erg vaak mee wordt geschermd – waarom blijven discussies dan beperkt tot Vlaamse spelers die een ‘dam’ moeten vormen tegen weglekkende advertentie-inkomsten of tot hoe de komst van spelers als Netflix elk bestaand business-model zouden omverwerpen?

Ecosystemen, marktversterking en samenwerking, ze zijn van onschatbare waarde, maar dienden tot nog toe vooral als dooddoener. Ecosystemen, marktversterking en samenwerking, ze zijn van onschatbare waarde, maar dienden tot nog toe vooral als dooddoener waarbij de klemtoon op het compromis vooral de status quo eerder dan politieke visie voedde, en nieuwe uitdagingen vooral vertaald worden in de verdediging van bestaande spelers en machtsposities, eerder dan het behoud van waardevolle media-inhouden.

Een derde punt is de noodzaak om het debat specialistisch in te vullen, dus niet enkel te verwijzen naar buitenlandse voorbeelden, maar ze ook binnen hun context te beschouwen. We weten immers veel over de publieke omroep uit recent binnen- en buitenlands onderzoek.

We weten dat de VRT door Vlamingen als onpartijdigste van alle mediaspelers wordt gezien en dat de Vlaming meer vertrouwen heeft in de VRT dan in pers of politiek (Why5). We weten uit een stakeholderbevraging (iMinds-SMIT) dat bijna alle spelers uit middenveld, onderwijs en cultuursector een sterke VRT online willen, met een uitgebreid, toegankelijk en kwaliteitsvol nieuwsaanbod. We weten dat de VRT in vergelijking met vele andere publieke omroepen bovendien nog veel marge heeft voor de uitbouw van een multimediaal aanbod (studie van VUB, UA, KUL).

Uit internationaal onderzoek weten we dat sterke omroepmarkten ook sterke publieke omroepen hebben en dat er een directe correlatie is tussen sterke publieke omroepen en een sterke en professionele audiovisuele sector. We weten bovendien dat het wegnemen van een publieke omroep bijzonder nefast zou zijn voor de toekomst van eigengemaakte kwaliteitsprogramma’s. We weten dat de kwaliteit van nieuws in landen waar publieke omroepen grote marktaandelen hebben over het algemeen hoger is (ook in de private media); landen met zwakkere publieke omroepen kennen een grotere versnippering op de nieuwsmarkt.

Als de VRT duidelijk wil maken dat de publieke opdracht niet kan ingevuld worden met minder middelen, dan moet ze weten hoe ze die publieke opdracht op lange termijn nog wenst in te vullen. En publieke meerwaarde stopt dan niet bij Vlaanderen aan het stoofvlees maken zetten

Cijfers van het onderzoeksbureau Tableau uit 2013 in het Verenigd Koninkrijk toonden dat de BBC nieuwssite 2 miljoen unieke bezoekers per maand doorstuurt naar kranten en een bijkomende 100.000 vanuit andere BBC-sites, waarmee het op dat moment even goed deed als Microsoft’s zoekmachine Bing. De Britse mediaregulator Ofcom, niet uitgesproken pro-BBC te noemen, stipte in 2008 nog aan dat een toename van 50% online activiteiten van de BBC allerminst nefast bleek voor de online adverteerdersmarkt, die in het Verenigd Koninkrijk met 1600% was toegenomen tussen 2002 en 2006.

Gezocht: visie

In de discussies naar aanleiding van de nieuwe beheersovereenkomst ging het heel vaak over ‘onderscheidendheid’. Je kan dat op twee manieren invullen.

Ofwel ben je onderscheidend door niet langer genres of diensten te brengen die andere spelers al brengen. En dit gaat dan vaak gepaard met heel eenzijdige conclusies over gedrag van mediagebruikers en een economisch rationalistisch perspectief waarbij geredeneerd wordt dat elke euro die niet in de VRT gestoken wordt, automatisch naar de privé gaat. Daarmee is dan ook snel de lijn getrokken naar standpunten als ‘private spelers doen het met minder en bieden toch ook goede diensten aan’.

Of je kan onderscheidend aangrijpen als: de standaard zijn in alles wat de VRT doet, of het nu akkoorden sluiten is met de onafhankelijke productiesector of het maken van een breed amusementsprogramma.

Maar wat moeten we nu met die onderscheidendheid?

De economische en financiële crisis beïnvloeden in belangrijke mate de manier waarop nagedacht wordt over de invulling van een publieke omroep. Voor de medestanders van de VRT komt het erop aan het debat over de noodzaak van een publieke omroep breder open te trekken dan een evaluatie van het huidige VRT-beleid, dat vaak gekleurd is door spelers die – en vaak terecht – de afhankelijkheidsrelatie die ze met de VRT hebben niet als tweezijdig beschouwen.

Voor de VRT komt het erop aan de onderscheidende kernwaarden en -taken van een publieke omroep te herondekken en een eigentijdse invulling te geven. Dit gaat gepaard – en hier weerklinkt de kritiek op de organisatie vaak het luidst – met de hoogste waakzaamheid voor quick wins die op korte termijn wel leuk en lucratief ogen, maar op lange termijn de legitimiteit en het draagvlak van de publieke omroep volledig dreigen onderuit te halen. Onderscheidende ‘publieke ethos’ is geen anachronisme, maar iets dat intern en extern meer dan ooit moet worden uitgedragen en niet enkel vertaald in meetbare criteria. Als de VRT duidelijk wil maken dat de publieke opdracht niet kan ingevuld worden met minder middelen, dan moet ze weten hoe ze die publieke opdracht op lange termijn nog wenst in te vullen. En publieke meerwaarde stopt dan niet bij Vlaanderen aan het stoofvlees maken zetten.

Voor het beleid komt het erop aan kleur te bekennen over welk type omroep ze eigenlijk nog wil en hoe waardevol ze die nog vindt. De economische en financiële crisis beïnvloeden in belangrijke mate de manier waarop nagedacht wordt over de invulling van een publieke omroep. De achtereenvolgende besparingen die de publieke omroep in Nederland bijvoorbeeld al jaren treffen, beantwoorden duidelijk niet langer aan de ‘economische noden’, maar verraden een dieperliggende ideologische agenda die nergens anders kan uitmonden dan in een sterk afbouwscenario.

Leo Neels haalt terecht aan dat de VRT-opdracht erg breed gedefinieerd is, waardoor de focus ontbreekt en het moeilijk wordt om voor ieder goed te doen

En dan is het eigenlijk vrij simpel: ofwel hecht je waarde aan de veronderstelling dat een publieke omroep meer dan alleen cultuur en nieuws moet brengen, meer dan alleen voor specifieke doelgroepen, en met meer dan alleen radio en televisiekanalen, wil ze relevant zijn. Ofwel kies je voor een omroepmodel waar de publieke omroep volgt wat de private spelers niet doen, maar ga je uit van de premisse dat het simpelweg aanbieden van publieke omroepcontent volstaat en dat het bereiken van alle mediagebruikers van tweede orde is. Leo Neels haalt terecht aan dat de VRT-opdracht erg breed gedefinieerd is, waardoor de focus ontbreekt en het moeilijk wordt om voor ieder goed te doen. Keuzes maken dringen zich inderdaad op. Maar betekent dit dan dat keuzes maken ook het einde van een brede, ‘holistische’ omroepopdracht inhoudt? Wij menen alvast van niet.

Als de publieke omroep vanuit alle hoeken tot zoveel discussie leidt en zoveel de gemoederen blijft verhitten, geef hem dan ook het debat dat hij verdient. En behoed de VRT voor een debat waarin alle inhoud zoek raakt, waar platitudes als ‘geen goede Minister’ en ‘een zwakke CEO’ het eindpunt van dreigen te vormen. De verpletterende verantwoordelijkheid ligt bij politici, belanghebbenden en VRT.

Door Tim Raats, professor communicatiewetenschappen aan de VUB en senior onderzoeker bij iMinds-SMIT.
Dit artikel verscheen eerder in De Tijd.