Apestaartjaren 7
Onderzoeksmonitor
17 mei 2018

Resultaten Apestaartjaren 7 (2018)

Apestaartjaren is een tweejaarlijks onderzoek naar het mediabezit en gebruik bij kinderen tussen 6 en 12 jaar en jongeren tussen 12 en 18 jaar in Vlaanderen. 
In 2018 stellen we vast dat kinderen vooral houden van spelletjes spelen en video’s kijken, terwijl jongeren ongebonden aan één sociaal netwerk met elkaar connecteren. Hun online en offline wereld zijn sterk met elkaar verweven en de smartphone is de meest gekozen brug tussen die werelden. 

Veel kinderen hebben een eigen tablet

“Veel kinderen hebben een digitaal toestel dat niet met andere gezinsleden gedeeld wordt”, zegt Hadewijch Vanwynsberghe van Mediawijs. “56% van de kinderen heeft een eigen tablet, 53% heeft een eigen smartphone.” Een groot verschil met 2016. Toen had slechts 18% een eigen tablet en 41% een eigen smartphone. Dat de tablet aan populariteit wint, is geen wonder. “Ik vind de tablet leuker dan de computer omdat er op de tablet veel spelletjes staan.” zegt de 7-jarige Kenneth.

Spelletjes en filmpjes op Ketnet

Kinderen gebruiken hun toestellen vooral om spelletjes te spelen en video’s te kijken. Ketnet heeft dat goed begrepen: in hun digitale omgeving kunnen kinderen spelletjes spelen, filmpjes kijken en connecteren met leeftijdsgenoten. 

Ketnet speelt zo perfect in op wat kinderen zo leuk vinden en is daarom vooral bij kinderen zo’n populair platform. 43% van de Vlaamse kinderen gebruikt Ketnet. 

Kantelmoment tablet naar smartphone

Gemiddeld zijn jongeren 12 jaar oud wanneer ze voor het eerst hun eigen smartphone hebben. Bij veel jongeren is die leeftijd een kantelmoment van hoe zij digitale media gebruiken.

Waar kinderen hun toestellen vooral gebruiken om te spelen en om video’s te kijken, daar gebruiken jongeren uit de middelbare school hun toestel eerder om te connecteren met vrienden.

Monopolie van Facebook brokkelt af

Facebook is daar lang niet meer het enige sociale netwerk voor. Het monopolie van Facebook brokkelt langzaam af. Jongeren gebruiken het sociale netwerk bovendien heel passief: ze kijken en reageren eerder dan dat ze zelf posten.

Toch gebruikt 82% van de jongeren Facebook nog. Dat is iets minder dan in 2016, waar 87% van de jongeren actief was op Facebook. “Een facebookprofiel is voor jongeren vergelijkbaar met een e-mailadres” zegt Delphine Bastien van Mediaraven. “Het is praktisch om het te hebben, maar eigenlijk doe je er weinig mee.”

Facebook moet het digitale speelveld nu veel meer delen met Instagram, Snapchat en YouTube. 79% van de middelbare schooljongeren vind je nu ook op Snapchat. 79% is actief op Instagram en 77% op YouTube. Jongeren gebruiken al die sociale netwerken door elkaar. De smartphone is vaak het toestel om die digitale platformen te bezoeken.

YouTube is van alle leeftijden

Youtube is het enige sociale netwerk dat bij alle leeftijden even populair is. Kinderen en jongeren houden ervan om filmpjes te kijken en met een enorme, diverse hoeveelheid aan video’s beantwoordt YouTube daar helemaal aan. Jongeren vinden er bovendien heel wat rolmodellen. Vroeger genoten vooral filmsterren en popartiesten veel aanzien, nu zijn daar ook heel wat YouTubers bij. 

YouTube is overigens ook het populairste streamingsplatform. Om muziek te luisteren is de website bij jongeren een pak populairder dan Spotify of Apple Music. Ook om series of films te kijken krijgt YouTube de voorkeur boven Netflix of Popcorntime.

Privacy beschermen vanuit een buikgevoel

Wanneer kinderen en jongeren surfen, zoeken en chatten op het internet, laten ze onbewust en vaak ongewild digitale voetsporen na. Als gevolg hiervan kan heel wat van hun online activiteit teruggeleid worden naar hun persoonlijke informatie. 

Hun eigen privacy en die van anderen beschermen kinderen en jongeren meestal vanuit een buikgevoel. 59% van de jongeren maakt gebruik van de voorziene privacyinstellingen en weinig jongeren of kinderen praten erover met ouders of leeftijdsgenoten. 

Dat wil niet zeggen dat ze zichzelf niet beschermen, leert de 16-jarige Tammy: “Ik heb twee accounts op Instagram. Ik heb een account voor echte vrienden, daarop volgen maar 70 mensen mij. En op het andere account heb ik 700 à 800 volgers. Op mijn privé-account kan ik lelijke foto’s zetten, en op dat andere niet” 

Meisjes zijn voorzichtiger dan jongens

Meisjes zijn bovendien voorzichtiger dan jongens bij wat ze delen online: ze maken sneller gebruik van privéberichten om informatie te delen, untaggen zichzelf sneller en accepteren minder snel een vriendschapsverzoek. 

Ook met de privacy van hun vrienden zijn meisjes meer begaan dan jongens. Meisjes delen minder informatie over vrienden die dat liever niet hebben. Ze maken iets sneller afspraken met leeftijdsgenoten of ouders en vragen sneller toestemming vooraleer ze iets delen dan jongens.

Jongens (26%) zijn minder slachtoffer of omstaander van gênante foto’s dan meisjes (34%). Bovendien stijgt het aantal slachtoffers of omstaanders van privacyinbreuken volgens leeftijd: 19% van de 14-jarigen, 36% van de 15-16 jarigen en zelfs 41% van de 17-18 jarigen. Wellicht verklaart dit waarom meisjes sneller bezorgd over hun privacy dan jongens, al kan het ook zijn dat meisjes een foto sneller als gênant ervaren.

Sharenting: geen probleem voor jongeren?

Ook ouders lijken hun weg gevonden te hebben naar sociale media. Volgens 78% van de jongeren zijn hun ouders actief op sociale platformen. 57% van de ouders deelt online, hoofdzakelijk op Facebook, informatie over hun kinderen. 58% van de ouders vraagt hiervoor geen toestemming. Het is wel opmerkelijk dat slechts één vijfde van de jongeren daar echt problemen mee hebben. Vooral het posten van gênante, hoofdzakelijk lelijke foto’s van zichzelf, vinden ze niet leuk. 

Moeten we ons zorgen maken?

Kinderen, jongeren én volwassenen zijn duidelijk zoekende in hun omgang met digitale media. Maar in dialoog kunnen ze er samen wel aan uit geraken. We zijn ervan overtuigd dat hier nog heel wat ruimte ligt. Mediaraven en Mediawijs bieden daarom een aantal bouwstenen om de digitale kloof tussen jong en oud te overbruggen.

1. Wees mee

We kunnen het belang van digitale media in de leefwereld van kinderen en jongeren niet compleet negeren, om dan - vingers gekruist - te hopen dat het wel goed komt op het vlak van mediawijsheid, digitale competenties en weerbaarheid. Als volwassenen zich beter inleven in de digitale leefwereld van jongeren en kinderen, dan is de kans groot dat de jongste generaties in de toekomst digitaal weerbaarder zijn.

2. Maak afspraken

Praat met jongeren over wat ze doen en zien op online media en maak samen evenwichtige afspraken. Een gesprek over wie zich waar aan ergert en wie wat leuk vindt, kan leiden tot een duidelijke set afspraken. Smartphonegebruik en digitale media moeten net centraal staan in onze ontmoetingen met kinderen en jongeren, niet weggemoffeld in kluisjes of kistjes. 

3. Doe eens digitaal

Kinderen en jongeren brengen digitale media ook in de klas, sportclub, jeugdbeweging of kinderopvang binnen. Tijd om mediawijsheid op de agenda te zetten en digitale media af en toe in activiteiten te gebruiken. Er is een zee van mogelijkheden om te experimenteren, falen en leren en vooral om samen straffe dingen te doen en ons nog beter te amuseren

Links

Bijlagen

Werken mee aan dit initiatief