Artikel

Media Didactica

Auteur(s): 
Jan 'T Sas - UA - Didactica
Aleksander Driesen - UA - Didactica
Joris Van Ouytsel - UA - MIOS
Wil Meeus - UA - Didactica

Nieuwe technologieën en het bijhorende rijke media-aanbod bieden enorme voordelen aan kinderen en jongeren om zichzelf te ontwikkelen en om te leren. Maar via hun mediagebruik worden ze ook geconfronteerd met enkele bijzondere uitdagingen en obstakels. Het is belangrijk dat ze zich van de kansen en de risico’s bewust zijn. Het onderwijs staat voor de taak om kinderen en jongeren zo goed mogelijk voor te bereiden op een leven waarin media centraal staan. Om deze rol te kunnen vervullen moeten leraren en lerarenopleiders deze mediawijze competenties tot op zekere hoogte zelf beheersen en bovendien een mediawijze didactiek kunnen hanteren.

Ontwikkeling van het instrument

De projectgroep Media Didactica van de Universiteit Antwerpen ontwikkelde een gelijknamig referentiekader waarmee lerenden, leraren en lerarenopleiders hun mediawijsheid in kaart kunnen brengen en verder ontwikkelen (Driesen, Meeus, T'Sas, & Van Ouytsel, 2014). Het is het allereerste referentiekader dat mediawijsheid in zijn volledigheid en op een gestructureerde manier naar voren brengt. Het biedt hierdoor inzicht in alle aspecten van mediawijsheid en zet leerlijnen uit voor mediawijzer onderwijs en professionalisering. Het project kwam tot stand met steun van de Vlaamse Overheid. Het bestaat uit drie deelkaders, een voor iedere doelgroep: (1) lerenden, (2) leraren en (3) lerarenopleiders.

Het referentiekader werd in vier fasen ontwikkeld. In een eerste fase werd door middel van een literatuurstudie van bestaande internationale conceptualiseringen rond mediawijsheid een inventaris gemaakt van mediawijze competenties voor de drie doelgroepen. Met deze inventaris kon in een tweede fase het referentiekader opgesteld worden. De items uit de literatuur werden kritisch doorgelicht, vergeleken, samengevoegd en gegroepeerd. Daarna werd het kader in een derde stap voorgelegd aan experten. Op basis van hun feedback werd het referentiekader verder verfijnd en werden onder meer bijkomende voorbeelden toegevoegd. In de laatste fase werd Media Didactica getest door de doelgroep.

Een praktisch reflectie-instrument

Media Didactica biedt een praktisch reflectie-instrument dat bestaat uit een gestructureerd en samenhangend raamwerk van competenties en leerlijnen. Daarmee kunnen lerenden, leraren en lerarenopleiders hun mediawijsheidscompetenties in kaart brengen. Het instrument biedt ook een handvat voor curriculumontwikkeling. Mediawijsheid kan op verschillende manieren worden geïntegreerd in onderwijs. Scholen kunnen vakgebonden rond mediawijsheid als thema werken of het aanbieden in een apart vak, zoals ‘Media’. Daarnaast kunnen ze vakoverschrijdend werken en mediawijsheid in verschillende vakken projectmatig integreren. Media Didactica leent zich tot beide benaderingen.

Behalve in het onderwijs kan Media Didactica ook worden gebruikt in organisaties, bedrijven, overheidsorganen of in informele leercontexten. De gebruikers kiezen, individueel of in teamverband, vanuit hun eigen context welke leerdoelen voor hen relevant zijn. Door zichzelf een score te geven op hun huidige beheersing van de leerdoelen en de gewenste beheersing ervan, komen de gebruikers tot een lijst van prioritaire doelen. Deze resultaten kunnen ze dan gebruiken om een actieplan rond mediawijsheid te ontwikkelen. Ze kunnen kiezen welke mediawijze doelen ze op korte en lange termijn willen bereiken en welke andere personen, zoals teamleden binnen de school, ze hierbij zullen betrekken.

Het referentiekader

Media Didactica bestaat uit zes niveaus. De onderliggende niveaus zijn telkens een meer specifieke invulling van de bovenliggende niveaus, met niveau 1 als meest algemene en niveau 6 als meest specifieke niveau.

NIVEAU 1 - DOELGROEPEN: Media Didactica is uitgewerkt voor drie doelgroepen. De eerste doelgroep omvat iedereen die iets wil leren omtrent media. Wij spreken daarom van de doelgroep lerenden of (in onderwijscontext) leerlingen. Leraren zijn de tweede en lerarenopleiders de derde doelgroep.

NIVEAU 2 - COMPETENTIERUBRIEKEN: Voor elke doelgroep werden drie aparte competentierubrieken geformuleerd. We definiëren competentie als ‘de bekwaamheid om kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen geïntegreerd aan te wenden voor maatschappelijke activiteiten’. De competentierubrieken zijn afgestemd op de specifieke behoeften van de doelgroep. In totaal gaat het dus om negen competentierubrieken.

NIVEAU 3 - COMPETENTIES: Competenties geven invulling aan een competentierubriek. Voor de doelgroep lerenden werden twaalf competenties geformuleerd en voor de doelgroepen leraren en lerarenopleiders telkens zes. In totaal zijn er dus 24 competenties. In de onderstaande tabel worden de eerste drie niveaus van het kader weergegeven.

Tabel: De competentierubrieken en competenties van Media Didactica voor lerenden

Doelgroep 1: lerenden
  Competenties

Competentierubriek 1.

Mediagebruik

1.1 Media-apparaten technisch bedienen.
1.2 Zich binnen en tussen media-apparaten oriënteren en navigeren.
1.3 Media effectief en adequaat gebruiken.

Competentierubriek 2.

Media begrijpen

2.1 Mediataal en de representatie van informatie in de media begrijpen.
2.2 De werking van de productie- en distributieprocessen en de belangen van de media-industrie begrijpen.
2.3 De afstemming van media-inhoud op het publiek en hun omgang daarmee begrijpen.
2.4 Media-inhoud beoordelen.
2.5 Media-effecten begrijpen.
2.6 Het eigen mdiagedrag begrijpen.

Competentierubriek 3.

Mediaal bijdragen

3.1 Eigen media-inhoud creatief produceren.
3.2 Inhouden overbrengen en presenteren met media.
3.3 Participeren met media.

NIVEAU 4 - RUBRIEKEN VAN LEERDOELEN: Binnen elke competentie werden verschillende leerdoelen geformuleerd. Die geven concreet aan wat gebruikers stapsgewijs via onderwijs of vorming kunnen nastreven. De leerdoelen werden gebundeld onder rubrieken.

NIVEAU 5 - LEERDOELEN: De leerdoelen vullen de competenties concreter in. Ze vormen het belangrijkste niveau waarmee gebruikers aan de slag gaan wanneer zij reflecteren over hun eigen mediawijsheid of die van hun team. Voor alle doelgroepen samen werden 138 mogelijke leerdoelen geformuleerd. Enkele voorbeelden:

De lerenden kennen het economisch belang van de media-industrie en kunnen er invulling aan geven.
De leraren kunnen multimediaal lesmateriaal aanpassen voor gebruik in de klas.
De lerarenopleiders gaan in openbare communicatie bewust om met online zelfpresentatie en informele communicatiekanalen.

NIVEAU 6 - VOORBEELDEN: Aan de leerdoelen werden ter illustratie talrijke levensechte en gevarieerde voorbeelden toegevoegd. Ze geven concrete suggesties voor wat de leerdoelen kunnen inhouden. Exhaustief is de lijst met voorbeelden zeker niet, daarvoor ontwikkelt de technologie zich te snel. Toch worden in totaal zo’n 500 voorbeelden aangereikt. Deze bijvoorbeeld:

De leerlingen kunnen de werking van een fototoestel en een videocamera beschrijven (belang van de lens, audio-opname, de werking van beeldstabilisatie).
De leraren gebruiken de forumoptie van elektronische leerplatformen om met hun leerlingen te communiceren over lesinhouden.
De lerarenopleiders beoordelen de kwaliteit van het digitaal lesmateriaal dat de studenten voor hun leerlingen ontwikkelen.

Samengevat omvat het referentiekader dus 3 doelgroepen, 9 competentierubrieken, 24 competenties, 138 leerdoelen en zo’n 500 voorbeelden.

Mediawijs worden

Het referentiekader heeft een integrerende structuur. De deelkaders voor lerenden, leraren en lerarenopleiders zijn cumulatief: leraren worden verondersteld ook de leerlingencompetenties uit het basiskader in zeker mate te beheersen en lerarenopleiders moeten op hun beurt zowel de competenties van de leraren als die van de leerlingen in bepaalde mate beheersen. Voorts zijn de competenties en leerdoelen binnen Media Didactica onderling afhankelijk. De beheersing van bepaalde competenties verhoogt of verdiept de beheersing van andere competenties. Wie bijvoorbeeld goed is in het creëren van eigen media-inhouden zal ook de mediataal beter begrijpen en media beter gebruiken. Leerlingen die een filmpje maken (competentie mediaal bijdragen), zullen ook de technische vaardigheden vergroten die nodig zijn om een videocamera te bedienen (competentie media gebruiken).

Het instrument kan ingevuld worden via het boek of via de website (zie onderaan dit artikel). We willen benadrukken dat Media Didactica een reflectie-instrument is voor persoonlijke of professionele ontwikkeling van mediawijsheid. We vinden het essentieel dat de gebruiker vrij en autonoom kan bepalen hoe hij, individueel of in teamverband, zijn leer- en ontwikkelingstraject rond mediawijsheid vorm geeft, en welke prioriteiten hij stelt. Hij moet dat kunnen doen vanuit zijn persoonlijke context en vanuit de startvraag: wat doe ik / wat doen wij nu al met media? Zowel het boek als de website bieden gebruikers de mogelijkheid om naar eigen behoefte een selectie door te voeren in de competenties. Door met verschillende niveaus te werken, behoudt de gebruiker bovendien steeds het overzicht.

Media Didactica werd in boekvorm en digitaal uitgegeven:

Driesen, A., Meeus, W., T'Sas, J., & Van Ouytsel, J. (2014). Mediawijs met Media Didactica. Ontwikkelingsinstrument voor lerenden, leraren en lerarenopleiders. Brugge: die Keure. ISBN 978 90 486 0385 5, www.mediadidactica.be

Lees meer over