Artikel

Brede blik op beeld: Over hoe beeldgeletterdheid altijd en overal educatief uitdaagt!

Auteur(s): 

Hoe we de wereld begrijpen was altijd al geënt op ons vermogen om indrukken te verwerken. Die indrukken, woorden en vooral beelden, zijn eigenlijk stukjes informatie die onze hersenen interpreteren en van betekenis voorzien. Zo verging het reeds de oermensen met hun muurschilderingen en zo gaat het nog steeds in onze multimediale, digitale samenleving. Het is dan ook zaak om goed met beelden en wat ze ons te vertellen, te leren hebben om te gaan. Die zaak is vandaag even urgent als noodzakelijk willen we de wereld van morgen begrijpen. En daarom is beeldgeletterdheid beslist een educatieve must!

Beeldgeletterdheid en co.

Beeldgeletterdheid omvat alle kennis, vaardigheden en attitudes om visuele voorstellingen of afbeeldingen te begrijpen, te gebruiken en er een betekenis aan te geven. Hoewel op school beeld steeds meer de lesinhoud ondersteunt, blijft ons onderwijs toch vooral gebaseerd op tekst. Met andere woorden: het didactisch-pedagogisch belang van beelden wordt vaak nog onderschat. Nochtans zijn ruim negen op tien jongeren actief op sociale media. We kunnen gerust stellen dat vooral het digitale beeld via het internet en tal van mobiele media de leefwereld van onze jongeren beheerst. Het beeld is alomtegenwoordig, zowel on- als offline. Willen we met onze scholen jongeren voorbereiden op een leven in de samenleving, dan zijn we het aan hen, maar ook aan onszelf, verplicht om voldoende aandacht te besteden aan hoe we met de veelheid aan beelden kunnen en moeten omgaan.

Het beeld zit ingebed in een complex van informatie waarbij het beeld zelf zowel een middel tot communicatie kan zijn als een doel op zich (bv. bij artistieke expressie). Het omgaan met beelden kunnen we plaatsen onder twee overkoepelende begrippen: de notie ‘media-opvoeding’ die vanouds de focus legt op het functioneel omgaan met media (zoals beeldende media), en de notie ‘cultuureducatie’ die eerder de vorm- en betekenisverlening van en met beelden benadrukt. Het begrip ‘mediageletterdheid’ vat deze twee klemtonen – de functionele en de meer muzische - goed samen. Bij mediageletterdheid gaat om het functioneel, kritisch en (cre)a(c)tief omgaan met informatie die op talrijke manieren verschijnt en die bovendien iets representeert. Beeldgeletterdheid mag als een onderdeel daarvan worden gezien. Net daarom is ‘geletterdheid’ vandaag overigens zo relevant: het verwijst im-/expliciet naar het talige aspect van ons omgaan met informatie, in dit geval: beelden.

Het referentiekader beeldgeletterdheid (cf. onder) ziet beeldcultuur als een databank, met een veelheid van dragers, digitale en andere. Deze databank exploreren vraagt geletterdheidscompetenties die los staat van de drager. Dit noemen we transgeletterdheid. Je ziet het zo vaak bij jongeren, hoe ze altijd en overal via hun tablet of smartphone, met behulp van allerlei apps of tijdens het spelen van online games, vlot wisselen tussen oude en nieuwe media en daarbij voortdurend informatie verzamelen, uitwisselen en evalueren. Het lijkt wel alsof ze geen aandacht hebben voor de hen omringende wereld en uiterlijk weinig sociaal of actief deelnemen aan het leven dat zich afspeelt rondom hen. Maar niets is minder waar… Eigenlijk nemen ze intensiever deel aan het leven en is hun blik op de wereld breder dan ooit. Alleen, er is zoveel meer aan de hand: omgaan met beelden, al dan niet via digitale technologie, bepaalt mee de waarden, gedragingen, handelingen, keuzes en beslissingen van jongeren. Beeldgeletterdheid is dus een kwestie van competenties.

Welke competenties zijn nodig?

Er zijn vier dynamische en doorkruisende processen die een rol spelen bij het verwerven van competenties in beeldgeletterdheid:

  1. Expressie: het zich kunnen uitdrukken in functie van communicatie en van creatieve expressie;
  2. Reflectie: het ontwikkelen van identiteit (individueel bewustzijn) en burgerzin (maatschappelijk bewustzijn) via verschillende media;
  3. Personalisatie: het zich eigen maken van informatie en media;
  4. Socialisatie: zich sociaal en cultureel ontwikkelen via netwerking en deelname aan de samenleving als autonoom en verantwoordelijk individu/burger

Via deze processen komen jongeren tot een reeks van competenties, waarin telkens zowel kennis, vaardigheden als attitudes vervat zitten:

1. Toegang tot en waarneming van beelden

De toegang tot beelden vergt vaak technische vaardigheden, zoals het “bedienen” van een medium, bijvoorbeeld bij het zoeken van specifieke visuele informatie op het internet (surfen, navigeren, ...).

Waarneming is op zich een sensorische activiteit – in vele gevallen zelfs een automatisme. Het waarnemen van een beeld is, net als de toegang hebben tot beelden, geen passieve activiteit. Het houdt ook de (selectieve) keuze in om beelden op te nemen, er aandacht aan te geven, ze (al dan niet) te herkennen en ze op een specifieke manier op te slaan (bv. zich te herinneren).

2. De exploratie en het gebruik maken van beelden (mentaal en fysiek)

Het mentale gebruik van beelden impliceert het plaatsen van beelden, gekoppeld aan eerdere waarneming of reeds bestaande kennis. Op die manier worden de mogelijkheden van wat waargenomen werd verder verkend. Het is een creatieve competentie die dus verder gaat dan het louter herkennen en opnemen van beelden. Het omvat bijvoorbeeld ook het fantaseren op basis van beelden.

Het fysieke gebruik van beelden gaat om het gebruiken van beelden op een materiële of digitale drager om een doel te bereiken. Zo kan je bijvoorbeeld een betoog stofferen of illustreren met beelden, een boodschap aantrekkelijker maken, een kunstzinnige uitdrukking geven aan een eigen gevoel, beelden bewerken om tot nieuwe beelden te komen, ...

3. Het ontwikkelen en toepassen van een beeldtaal

Het interpreteren, classificeren, abstraheren en daarmee dus conceptualiseren van beelden zijn voorwaarden om inzicht te krijgen, niet alleen in één enkel beeld maar vooral in de stroom van beelden en hun samenhang. Het is eigenlijk niets anders dan het leren gebruiken van het vocabularium en de grammatica van de beeldtaal. Een beeldtaal – zoals een moedertaal - veronderstelt uiteraard een gamma aan kennis, vaardigheden en attitudes die mensen al van jongs af beginnen te oefenen en gebruiken.

4. Het analyseren van beelden en beeldcultuur

Om de onderliggende principes van een beeld te begrijpen moeten leerlingen de context van deze beelden kennen. Contextelementen zijn bijvoorbeeld de motieven van de maker van het beeld. In die optiek moet een goede analyse van beelden tot het besef leiden dat bv. een kunstenaar andere motieven heeft om een beeld te maken en te gebruiken dan een commercieel bedrijf.
Op basis van de identificatie van de onderliggende principes van beelden moeten leerlingen ook in staat zijn de betekenis van beelden in te zien en aan beelden betekenis toe te kennen (ook wel: de semantiek van het beeld). Dit omvat competenties zoals het historisch besef van de waarde en betekenis van beelden, het uitdrukken en onderbouwen van de eigen voorkeur en waardering van een beeld(taal), inzicht hebben in de sociale conventies en symbolische waarde van beelden, het kunnen evalueren van beelden volgens verschillende modellen en structuren.

Besluit: een kritische en brede blik op de wereld kan je leren

Kritisch beeldgeletterd aan de maatschappij deelnemen vergt verschillende competenties (kennis, attitudes en vaardigheden). Het verwerven van die competenties gebeurt onder meer in het onderwijs, via processen als personalisatie (het eigen maken van aspecten van beeldcultuur) en socialisatie (deel worden van een beeldcultuur en die ook gaan beïnvloeden). Belangrijk daarbij is dat (kunnen) omgaan met beelden ook invloed heeft en zelf beïnvloed wordt door onze manier van zijn, onze omgang met anderen en hoe we als burger actief participeren aan de samenleving. Het zijn geen neutrale competenties. Dit maakt meteen van beeldgeletterdheid ook een levenslange én levensbrede issue: het is een proces dat nooit helemaal “af” is. Het is eerder een doeloriëntatie dan een einddoel. Het zit bovendien die diep verweven in tal van leercontexten en –situaties, transversaal door het onderwijscurriculum (leergebieden en vakken overstijgend) en bovendien niet enkel in de school maar ook erbuiten.

Referenties en nuttige links:

De volledige nota met het referentiekader ‘Beeldgeletterdheid’

Een beknopte folder van AKOV op basis van de nota ‘Beeldgeletterdheid’

Beeld in beeld: de plaats van beeldgeletterdheid in de ontwikkelingsdoelen en eindtermen van het Vlaamse basis- en secundair onderwijs (een gerelateerd onderzoeksrapport (HIVA) dat deels gestoeld is op het referentiekader)

Lees meer over