Media
4 september 2017

10 mediawijze rechten van personen met een verstandelijke beperking

Genre: 
Sensibilisering
Taal: 
Nederlands

Recht op mediawijsheid

Auteurs: Karen Vos (Digitaal.Talent@Gent), Stef Thienpont (Konekt) en Tom Van Hoey (Konekt)

In 2009 ratificeerde de Belgische regering het VN-verdrag van personen met een handicap. Dit verdrag werd opgesteld in 2006. Op dat moment was de maatschappij veel minder digitaal dan nu, maar toch werd het recht op toegang tot digitale media al opgenomen.

Anno 2017 zijn digitale media niet meer weg te denken uit de samenleving. Meer nog: de meeste mensen brengen een aanzienlijk deel van hun leven online of gebruiken online tools.

In tegenstelling tot hun medeburgers, zijn veel mensen met een verstandelijke beperking grotendeels afgesloten van de digitale wereld. Dit zorgt ervoor dat zij uitgesloten worden van een belangrijk onderdeel van de huidige samenleving. Onderzoek van de VUB toont aan dat sociale inclusie en digitale inclusie nauw verbonden zijn (www.ilsemarien.com): wie niet mee is met de digitale wereld, kan niet volwaardig participeren in de samenleving als geheel.

Wij willen overheden, zorgvoorzieningen, ondersteuners en mensen met een verstandelijke beperking zelf hierrond sensibiliseren. Mensen met een beperking hebben immers net als iedereen recht om mee te zijn met de maatschappij.  Daarom formuleren we hieronder 10 rechten van mensen met een verstandelijke beperking die betrekking hebben op de digitale wereld.

We baseerden ons hiervoor op artikels uit het VN-verdrag. Je vindt die helemaal onderaan op deze pagina.

Recht 1: recht op toegang tot digitale media

Vaststellingen

  • Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaak geen of beperkte toegang tot digitale media. Dit komt enerzijds doordat ze niet het nodige materiaal ter beschikking hebben (computer, tablet, internetverbinding, aangepaste programma’s, …), anderzijds doordat ondersteuners te vaak een beschermende rol opnemen en enkel de gevaren en negatieve kanten van digitale media belichten.
  • Ondersteuners (begeleiders, familie, vrienden, …) van mensen met een verstandelijke beperking spelen een cruciale rol: hun houding tegenover digitale media in het algemeen, en hun visie op het gebruik ervan door mensen met een verstandelijke beperking, bepaalt voor een groot stuk de mate waarin de persoon toegang heeft tot de digitale wereld.
  • Begeleiders en directie van voorzieningen voor mensen met een verstandelijke beperking beschouwen ‘cliënten begeleiden in de digitale samenleving’ vaak niet als een deel van hun begeleidingstaak. Dit zorgt ervoor dat cliënten minder kansen krijgen om deel te nemen aan de digitale samenleving.

Aanbevelingen

  • Er moet geïnvesteerd worden in degelijk materiaal om mensen met een verstandelijke beperking toegang te geven. In elke leefgroep of dagcentrum moet voldoende hardware en een goede internetverbinding aanwezig zijn. Mensen die zelfstandig wonen moeten de kans krijgen om aan degelijk materiaal te geraken aangepast aan hun financiële middelen. Ze moeten bijvoorbeeld info krijgen over waar ze een recup-computer kunnen kopen, welke tablet voor hen geschikt is, welke internettarieven er bestaan e.d.
  • Directie en begeleiders van voorzieningen moeten zich ervan bewust worden dat begeleiding in de digitale samenleving en het bevorderen van mediawijsheid bij hun cliënten onderdeel van hun takenpakket geworden is.

Recht 2: recht op mediawijze ondersteuning

Vaststellingen

  • Er zijn weinig voorzieningen voor mensen met een verstandelijke beperking die een uitgeschreven visie op mediawijsheid hebben, laat staan een actieplan dat daarbij aansluit.
  • Veel begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking zijn zelf niet erg mediawijs. Dit is niet verwonderlijk want in de ruime samenleving  zijn veel mensen te weinig mediawijs.
  • Begeleiders hebben, net als ouders en opvoeders, een dubbele verantwoordelijkheid. Het is in hun persoonlijk belang dat zij zich mediawijs in de digitale wereld bewegen, maar ook in het belang van hun cliënten.

Aanbevelingen

  • Overheden moeten geld vrijmaken voor opleiding en werkingsmiddelen voor deskundigen die voorzieningen begeleiden bij het uitwerken van een visie en praktijk rond mediawijsheid. Dit gebeurt momenteel nog veel te weinig.
  • Voorzieningen moeten toegang tot digitale media en de bijhorende mediawijze begeleiding opnemen in hun visiedocumenten en in hun actieplannen. Deze moeten door alle medewerkers onderschreven en uitgedragen worden. Voorzieningen moeten hierbij ondersteund worden door deskundigen ter zake.
  • Begeleiders moeten bijscholing kunnen volgen rond de verschillende aspecten van mediawijsheid die relevant zijn voor hun werksituatie, zodat ze hun cliënten hier op adequate wijze in kunnen begeleiden.


Recht 3: recht op het realiseren van persoonlijke doelen via digitale media

Toegang tot de digitale wereld is geen doel op zich, maar een middel om persoonlijke doelstellingen te verwezenlijken. Dit geeft veel mogelijkheden en kansen, ook voor mensen met een verstandelijke beperking

Vaststellingen

  • In handelingsplannen of in gesprekken met mensen met een verstandelijke beperking worden digitale media amper gezien als mogelijkheid om persoonlijke doelen te verwezenlijken.
  • Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaak een klein sociaal netwerk. Bovendien hebben velen niet de mogelijkheid om vrienden of familie die veraf wonen regelmatig te bezoeken. De online wereld biedt hierbij kansen om contacten te onderhouden en zo het netwerk van de persoon te verstevigen.

Aanbevelingen

  • Bij het bepalen van hoe persoonlijke doelen en ambities van mensen met een verstandelijke beperking gerealiseerd kunnen worden moeten zowel offline als online mogelijkheden bekeken worden.
  • Voor doelstellingen die gerealiseerd kunnen worden via digitale media moet ook de nodige begeleiding voorzien worden, afgestemd op het sociale, emotionele en intellectuele niveau van de persoon.
  • Begeleiders moeten zicht hebben op de mogelijkheden die de digitale wereld biedt om doelen van hun cliënten te realiseren (dit geldt overigens ook voor de eigen persoonlijke doelen van deze begeleiders).

Recht 4: recht op mediawijze begrenzing

Vaststellingen

De begrenzing van mensen met een verstandelijke beperking op het vlak van digitale media is vaak alles of niets. Ofwel krijgen ze geen of heel beperkte toegang tot apparaten en internet. Ofwel hebben ze apparaten en internet ter beschikking en kunnen ze hier onbegrensd gebruik van maken.

Geen van beide situaties is wenselijk. In het eerste geval krijgen mensen geen kansen om deel te nemen aan het online leven. In het tweede geval krijgen ze niet de begeleiding die ze nodig hebben om op een gezonde manier.

Aanbevelingen

  • De nood aan online begeleiding moet mee opgenomen worden in het ondersteuningsplan van mensen met een verstandelijke beperking, op dezelfde manier als offline begeleiding.
  • De grenzen die een persoon nodig heeft mogen enkel bepaald worden door zijn intellectuele, sociale of emotionele mogelijkheden en beperkingen. De grenzen mogen dus niet afhangen van externe factoren zoals de motivatie of vaardigheden van begeleiders of de visie van de zorginstelling.
  • Ondersteuners moeten creatief zoeken naar een manier om cliënten die veel ondersteuning/nabijheid nodig hebben ook online nabij te zijn en te ondersteunen, zoals ze dat offline ook doen.

Recht 5: recht op een eigen online identiteit

Vaststellingen

De online wereld geeft veel mogelijkheden om je eigen imago en identiteit te bepalen. Uit onderzoek blijkt dat niemand meteen zijn kleine kantjes laat zien bij online ontmoetingen. Sociale media staan vol met positieve verhalen omdat mensen enkel hun successen posten en niet hun mislukkingen.

Aanbevelingen

Mensen met een verstandelijke beperking mogen net als iedereen zelf bepalen hoe ze zich online presenteren (bijvoorbeeld: niet meteen vertellen dat ze een beperking hebben). Ze moeten wel bewust zijn/gemaakt worden van de mogelijke gevolgen. Bijvoorbeeld: als ze met iemand afspreken die ze online leerden kennen en die persoon stelt vast dat zijn date een beperking heeft

Recht 6: recht op online ontmoetingen, vriendschappen en relaties

Vaststellingen

  • Sociale media en datingsites zijn een laagdrempelige manier om nieuwe mensen te leren kennen, maar zijn tegelijk een berenkuil waar bedrog en misverstanden op de loer liggen. Veel mensen met een verstandelijke beperking zijn niet in staat om dit in te schatten en adequaat te reageren.
  • Mensen met een verstandelijke beperking zijn vaker dan anderen slachtoffer of dader van cyberpesten  en raken sneller in de problemen op het internet.

Aanbevelingen

  • Mensen met een verstandelijke beperking moeten de mogelijkheid krijgen om hun sociaal netwerk te onderhouden of uit te breiden via sociale media. Ze moeten duidelijke uitleg krijgen over de etiquette op sociale media.
  • Mensen met een verstandelijke beperking moeten ondersteund worden bij het gebruik van sociale media en datingsites. Deze ondersteuning zit heel dicht op het vel van de persoon. Daarom is een betrokken houding en respect voor de privacy van de persoon cruciaal. De begeleider kan bijvoorbeeld de reacties die een cliënt op Facebook geeft samen met hem bekijken voor de cliënt ze post. Dit kan natuurlijk alleen werken als begeleider en cliënt een positieve band hebben.

Recht 7: recht op online fouten maken én rechtzetten

Vaststellingen

  • Net als  iedereen maken mensen met een verstandelijke beperking fouten online. Door hun beperking komen velen van hen sneller in de problemen dan mensen zonder verstandelijke beperking.
  • Als mensen met een verstandelijke beperking online in de problemen komen, dan wordt hen de toegang tot digitale media daarna soms ontzegd vanuit de redenering “Zie je wel, jij kan dat niet aan. Da’s niets voor jou.”.

Aanbevelingen

  • Het uitgangspunt moet zijn dat toegang tot digitale media een recht is. Te vaak wordt dit gezien als een gunst die mensen kunnen verspelen.
  • Mensen met een verstandelijke beperking moeten begeleid worden om online fouten zo goed mogelijk te herstellen en in de toekomst te voorkomen. Als dit niet lukt, dan moet de ondersteuning aangepast worden.

Recht 8: recht op online vrijetijdsbesteding

Vaststellingen

Elk jaar wordt met de Digimeter het gebruik en bezit van digitale media gemeten bij de Vlaamse bevolking. De Digimeter van 2015  toont volgende trends:

  • 90% van de bevolking heeft een computer thuis, 91% heeft een internetverbinding
  • 53% van de bevolking streamt of download muziek of video’s
  • 55% van de bevolking speelt af en toe digitale games (24% dagelijks minstens 1 uur)
  • De meest onmisbare technologieën voor de Vlamingen zijn televisie, smartphones en laptops.

Computer en internet zijn dus bij de meeste mensen een normaal onderdeel van het persoonlijke leven, zoals televisie.

Aanbevelingen

Ook voor mensen met een verstandelijke beperking moet gebruik van digitale media een normale keuzemogelijkheid zijn om hun vrije tijd mee in te vullen.

Recht 9: recht op online privacy

Vaststellingen

  • Doordat mensen met een verstandelijke beperking op veel levensdomeinen ondersteuning nodig hebben, hebben zij vaak weinig controle over hun privacy. Begeleiders zitten, letterlijk en figuurlijk, dicht op hun vel.
  • In offline situaties proberen begeleiders de privacy van hun cliënt zo veel mogelijk te respecteren. Dit is een duidelijk onderdeel van hun takenpakket, en staat ook in visieteksten van voorzieningen.

Aanbevelingen

  • Mensen met een verstandelijke beperking hebben ook online nood aan een nabije begeleider. Net als in een offline context komt de begeleider daarbij in de privéwereld van de persoon en verneemt hij privacygevoelige informatie (bvb. online relaties, paswoorden, …).
  • Het is belangrijk dat de begeleider op een zorgzame manier omgaat met deze informatie, gelijklopend met offline situaties.

Recht 10: recht op toegankelijke en verstaanbare online content

Vaststellingen

  • Er zijn weinig websites die in klare taal zijn opgesteld. De navigatie is vaak niet gebruiksvriendelijk.
  • Online reclame is meestal niet als dusdanig herkenbaar. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen dit niet inschatten.
  • De voertaal online is vaak Engels.

Aanbevelingen

  • Websitebouwers moeten aangezet worden om de navigatie op hun sites gebruiksvriendelijk te maken.
  • Websitebeheerders moeten aangespoord worden om hun content in verstaanbare taal te brengen.
  • Mensen met een verstandelijke beperking moeten de nodige ondersteuning krijgen om in de gegeven situatie (niet gebruiksvriendelijke sites met moeilijke taal) toch gebruik te kunnen maken van het internet. 

Bijlage: artikels uit het VN-verdrag waarvan onze 10 Mediawijze Rechten afgeleid zijn

Artikel 9: toegankelijkheid

Teneinde personen met een handicap in staat te stellen zelfstandig te leven en volledig deel te nemen aan alle facetten van het leven, nemen de ondertekenaars passende maatregelen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie, met inbegrip van informatie-en communicatietechnologieën en –systemen.

De ondertekenaars nemen tevens passende maatregelen om de toegang voor personen met een handicap tot nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en -systemen, met inbegrip van het internet, te bevorderen.

Artikel 17: Bescherming van de persoonlijke integriteit

Elke persoon met een handicap heeft op voet van gelijkheid met anderen recht op eerbiediging van zijn lichamelijke en geestelijke integriteit.

Artikel 19 C: deel uitmaken van de maatschappij

De ondertekenaars waarborgen dat maatschappijdiensten en –faciliteiten voor het algemene publiek op voet van gelijkheid beschikbaar zijn voor personen met een handicap en beantwoorden aan hun behoeften.

Artikel 21: vrijheid van mening en meningsuiting en toegang tot informatie

De ondertekenaars nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap het recht op vrijheid van mening en meningsuiting kunnen uitoefenen, met inbegrip van de vrijheid om op voet van gelijkheid met anderen informatie en denkbeelden te vergaren, te ontvangen en te verstrekken middels elk communicatiemiddel van hun keuze.

Artikel 22: Eerbiediging van de privacy

  • Geen enkele persoon met een handicap mag worden blootgesteld aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privéleven.
  • De ondertekenaars beschermen de privacy van personen met een handicap met betrekking tot persoonsgegevens en informatie over hun gezondheid en revalidatie op voet van gelijkheid met anderen.

Artikel 24: onderwijs

De ondertekenaars erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. Daarom zorgen zij voor een inclusief onderwijssysteem en voorzieningen voor een leven lang leren met de volgende doelen:

  • de volledige ontwikkeling van het menselijk potentieel en het gevoel van waardigheid en eigenwaarde en de versterking van de eerbiediging van mensenrechten, fundamentele vrijheden en de menselijke diversiteit;
  • de optimale ontwikkeling door personen met een handicap van hun persoonlijkheid, talenten en creativiteit, alsmede hun mentale en fysieke mogelijkheden, naar staat van vermogen;
  • het in staat stellen van personen met een handicap om effectief te participeren in een vrije maatschappij.

Artikel 26: habilitatie en revalidatie

De ondertekenaars nemen doeltreffende en passende maatregelen om personen met een handicap in staat te stellen de maximaal mogelijke onafhankelijkheid, fysieke, mentale, sociale en beroepsmatige vaardigheden te verwerven en volledige opname in en participatie in alle aspecten van het leven.

Artikel 30: Deelname aan het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport

De ondertekenaars erkennen het recht van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen deel te nemen aan het culturele leven en nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen deel kunnen nemen aan culturele activiteiten, recreatie, vrijetijdsbesteding en sportactiviteiten.